Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
getuige, der Zeu'ge, 5.
gevaar, die Gefahr, 5.
gevaarlijk, gefährlich.
geval, der Fall, 1*.
gevangenis, das Gefäng'-
nis, 1.
gevecht, das Gefecht', 1;
der Kampf, 1*.
geveinsdheid, die Heuche-
lei'; die Verstel'Iung.
gevel, der Gie'bel, 2.
geven, ge'ben.
gevoeglijk, füg'lich.
gevoel, das Gefühl, 1.
gevoelen, füh'len.
gevoelen, die Mei'nung, .5.
gevoelig, empfind'lich.
gevogelte, das Geflü'gel.
gewaagd, gewagt', ver-
we'gen.
gewaar worden, gewahr"
wer'den.
gewag maken van, Erwäh'-
nung, Mel'dung ma'-
chen von.
het geweer, das Gewehr',
1.
geweermaker, der Waf-
fenschmied', 1.
geweld, die Gewalt'.
geweldig, ge wal'tig.
het geweten, das Gewis'-
sen.
Sfei«etmtoos,gewi8"senlos'.
gewicht, das Gewicht', 1.
gewichtig, wich'tig.
gewis, gewiss'.
gewoon, gewohnt'.
gewoonlijk, gewöhn'lich.
gewoonte, die Gewohn'-
heit, 5.
gewricht, das Gelenk', 1.
gezag, die Autorität', die
Macht.
gezant, der Gesand'te, 5 ;
ifig.) der Bof'schafter,
2.
gezegde, der Aus'druck, 1*.
gezellig, gesel'lig.
gezelschap, die Gesell'-
schaft, 5.
gezicht, (de oogen;) das
Gesicht'.
gezond, gesund'.
gezondheid, die Gesund'-
heit.
het gezwel,
die Geschwulst', 1*.
gierig, gei'zig.
gierigaard, der Geiz'hals,
1*.
gierigheid, der Geiz.
gierst, die Hir'se.
gifmenger, der Giffmi'-
scher, 2.
gifmengster, die Gift"mi'-
scherin, 5.
gild, die Zunft, 1*.