Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
buiig, reg'nerisch.
buik, der Bauch, 1*.
buikspreker, der Bauch"-
red'ner, 2.
buitenlandsch, aus"liin'-
disch.
buitenlucht, die frei'e Luft.
buitenplaats, das Lnnd'-
gut, 3*, der Land'sitz, 1.
buitenslands, im Aus'lan-
de.
buitensporig, aus"8chwei'-
fend.
buks, die Büch'se, 5.
bult. Zie bochel,
bunzing, der Il'tis, 1.
bureaulist, der Schrei'-
ber, 2.
bureau, das Büreau (spr. ;
bu-roo').
burgemeester, der Bür"ger-
mei'ster, 2.
burger, der Bür'ger, 2.
burgeroorlog, der Bür"-
gerkrieg', 1.
burgerstand, der Bür'ger-
stand'.
bus, die Büch'se, 5.
buskruit, das Purver,das
Schiess"purver.
buurman, derNach'bar, 4.
buurvrouw, die Nach"-
barin', 5.
eene bij, eine Bie'ne, 5.
bijbel, die Bi'bel, 5.
het bijbelgenootschap, die
Bi'belgesell'schaft, 5.
bijblad, die Bei'lage, 5.
bijdrage, der Bei'trag, 1*.
bijenkorf, der Bie'nen-
korb, 1*. [be.
bijgeloof, der A"berglau'-
bijgeloovig, a"bergläu'-
bisch.
bijgenaamd, mit dem Bei"-
na'men, genannt.
bijl, das Beil, 1.
bijlage, die Bei'lage, 5.
bijna, bei"na'he.
bijnaam, der Bei"na'me5.
bijstand, der Bei'stand.
bijt, (in het ijs), die Wuh'-
ne,5; das Eis'loch, 3*.
bijten, bei'ssen.
bijtend; bei'ssend
bijthakker, der Mann der
Löcher ins Eis hackt.
bijtijds, zei'tig.
bijvoegen, hinzu"le'gen,
hinzufügen.
bijvoegsel, der An'hang,
1*, {van eene krant:)
die Bei"la'ge, 5.
bijwonen, bei"woh'nen.
bijziende, kurz"sich'tig.
bijzonder, beson'der,
bijzonderheid, die Beson'-
derheit, 5.
in het bijzijn van, in Ge"-
genwart' {mit Genetiv).