Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
brein, das Gehirn', der
Verstand'.
breinkas,
die Hirn"scha'le, 5.
breken, bre'chen.
bremzout, sehr sal'zig.
brengen, brin'gen.
bretels, die Ho"senträ'ger,
2.
breuk, der Bruch, 1*.
breukband,
das Bruch'band, 3*.
brief, der Brief, 1.
briefport, das Brief'por'to.
briefstijl, der Briefstil.
briefwisseling,
der Brief'wech'sel, die
Korrespondenz'.
brievenbesteller,
der Brief'trä'ger, 2.
brievenbus,
der Briefka'sten, 2.
brigadier, der Brigadier'.
brik, die Brigg.
bril, die Bril'le, 5.
broeder, der Bru'der, 2*.
broederlijk, brü'derlich.
broederschap,
die Brü"der8chaft', 5.
broedertjeskraam, die
Kü"chelchenbu'de, 5.
hroek, die Ho'sen, 5.
brokkelen, zerbröc'keln.
bron, der Brun'nen, 2;
{fig.) die Quel'le, 5.
bronwater,
das Brun"nenwas'ser.
brons, die Bron'ze.
brood, das Brot, 1.
broodhakker,
der Brof'bac'ker, 2.
broodsgebrek,
der Brof'man'gel.
broodsuiker, der Hut'zuk-
ker.
broodwagen,
der Brot'karren, 2.
broos, zerbrech'lich;
ifig.) hin"fal'lig.
brouwen, brau'en.
brouwer, der Brau'er, 2.
brug, die Brüc'ke, 5.
bruid, die Braut, 1*.
bruidegom, der Brau'ti-
gam, 1.
bruidssuiker,
die Zuc'kerman'deln, 5.
die Zuc"kererb'sen, 5,
bruikbaar, brauch'bar.
bruiloft, die Hoch'zeit, 5.
bruin, braun.
brij, der Brei.
budget, der Aus"gabe-
plan', 1*.
buffet, das Büflfet'.
buffetjuffrouw,
die Keir'nerin', 5.
eene buiging, eine Ver-
beu'gung, 5.
bui, derRe"genschau'er, 2.