Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
55
boschwezen, das Forst'-
wesen, 2.
bot, (niet scherp:) stumpf,
bot (een visch): der Butt, 1;
die Butte, 5.
bot (6een), derKno'chen,
2.
boter, die But'ter.
boterham, das Butterbrot,
1.
botsinff, der Stoss, 1*, der'
Zusam'inenstoss, 1*.
bottelen, auf Fla"schen
zie'hen.
bougie, die Wachs"ker'ze,
5. das Wachs'licht, 3 :
eine Bougie' (spr.: boe-
zji')-
houwen, bau'en.
bouwkundige, der Bau"-
kun'dige, der Archi-
tekt', 5. (fig.) der Bau"
mei'ster, 2.
bouwvallig, bau"färiig.
bouiovalligheid,
die Bau"fälligkeit'.
boven, o'ben.
bovendien, obendrein',
überdies'.
hovenleer, das 0"berle'der.
bovenmate, ü"bermä's8ig.
bovenst, o'berst.
braadpan, die Braf'pfan'-
braaf, brav. [ne, 5.
braafheid, die Brav'heit.
braakmiddel,
das Brech"mit'tel, 2.
brak (ziltig:) brac"kig.
bramen, die Brom"bee'-
ren, 5.
brand,die Feu"ersbrunst',
1*. brand! Feuer! Es
brennt 1 brand-assuran-
tie-maatschappij, die
Feu"erversi'cherung8-
gesell"schaft, 5.
branden, bren'nen.
brander, der Brannf'wein-
bren'ner, 2.
branderij, die Brennerei',
5, das Brenn'haus,
3*.
brandewijn, der Brannt'-
wein.
brandhout, das Brenn'-
holz.
brandspuit,
die Feu"ersprit'ze, 5.
brandstof,
das Brenn"material'.
brandweer,
die Feu'erwehr.
braveeren, trot'zen.
breed, breit.
breedvoerig, weif'läu'fig.
breedte, die Brei'te, 5.
breekbaar, zerbrech'lich.
breien, stric'ken.
breinaald, die Strick"na'-
del, 5.