Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
hokhing, der Bück'ling, 1,
der Büc'king, 1.
honhon, das Zuc'kerwerk',
1, dieZuc'kerman'deln,
bondgenoot,
der Bun"desgenoss', 5.
bondig, bün'dig.
bont {van kleur), bunt.
het bont, die Pelz"wa're,
5, das Pelz'werk, 1.
bontwinkel,
der Pelz"hän'dlersla"-
den, 2*.
boodschap, die Bot'schaft,
5 ; (jig.) der Auftrag,
1*.
boodschappen doen, Auf-
träge besor'gen (eines
anderen); seine Ge-
schäfte besor'gen (ei-
gene).
boog, der Bo'gen, 2*.
booien, die Die"nerschaft'.
boom, der Baum, 1*.
boomgaard,
der Baum"gar'ten, 2*.
boomkweekerij,
die Baum"gärt'nerei".
boom-olie, das Baum'öl.
boon, die Boh'ne, 5.
boor, der Boh'rer, 2.
aan boord, an Bord.
boordevol, bis an den Rand
voll; (fig.) ü"bervoir.
boordje, der Hemd"kra'-
gen, 2; (los halsboord-
je met punten:) der Va"-
termör'der, 2.
boos op iemand zijn,
einem bö'se sein.
boot, das Boot, 1.
bord, der Tel'ler, 2.
een bordes, eine Frei'-
treppe, 5.
borduren, stic'ken.
borduurwerk, die Sticke-
rei'. 5, die Stick"ar'-
beit, 5.
borg (persoon), der Bür'-
ge, 5.
borg (waarborg), die
Bürg'schaft, 5.
borg staan voor, Bürg"-
schaft lei'sten für.
borgen, bor'gen, lei'hen.
een borreltje, ein Gläs'-
chen, ein Schnäps'-
chen.
borst, die Brust, 1*.
borstbeeld, das Brust'bild,
3.
borstkwaal,
die Brusf'krank'heit, 5.
borstel, die Bor'ste, 5;
(sc/iuier:)die Bür'ste,5.
bos, der Bü'schel, 2.
bosch, der Wald, 3*.
boschduif, die Holz"tau'-
be, 5.
boschrijk, wal'dig.