Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
bereid tot, bereit' zu.
bereik, der Bereich', 1.
berekenen, berech'nen.
berekening, die Berech'-
nung, 5.
beren (meervoud), zie beer,
berg, der Berg, 1.
bergachtig, ber'gicht.
berispelijk, ta"delhaft'.
berisping,
die Zurechf'wei'sung,
5.
beroep, das Gewer'be, '2.
berouw, die Reu'e.
berrie, die Trag"bah're, 5.
bersten, zerber'sten.
berucht, berüch"tigt.
beschaafd, (volk:) gesit'-
tet; (persoon:) gebil'-
det.
beschaamd, beschämt'.
beschadigd, beschä'digt.
beschaving, die Civilisati-
on'.
bescheid, der Bescheid', 1.
beschermen, beschir'men.
bescherming,
die Beschir'mung, 5.
beschonken, betrun'ken.
beschroomd, zag'haft.
beschrijven, beschrei'ben.
beschuldigen, beschul'di-
gen.
beschuldiging,
die Beschul'digung, 5.
besef, das Bewusst'sein;
hij heeft er geen besef van,
er hat keine Ah'nung
davon'.
beseffen, begrei'fen.
beslissend, entschei'dend.
beslissing,
die Entschei'dung, 5.
besluit, der Entschluss',
1*.
besmetting,
die An"stec'kung, 5.
bespieden, belau'ern.
bespoedigen, beschleu'ni-
gen.
bespotten, verspot'ten.
bespreken, bespre'chen.
der Johan"nisbeer'-
saft", 1*.
bessenvla, der Johan"nis-
beer'fla"den, 2.
best, best.
bestaan, beste'hen.
het bestaan, die Existenz',
das Da"sein.
een stout bestaan, eine
küh'ne Tat;
een vast bestaan, ein si'
cheres Aus'kommen,
bestand zijn tegen iemand,
einem gewach'sen sein.
bestand zijn tegen iets,
etwas ertra'gen kön-
nen.