Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
attest, J das Zeug'nis,
attestatie,) 1.
auctie, die Auktion', 5;
(spreek uit .-auk-sjoon').
augurkje, die Gur'ke, 5.
Augustus {maand), der
August'.
Augustus (naam),
Au'gust.
auteur, der Sehriffstel'-
ler, 2.
authentiek, authen'tisch.
automaat,
der Automat', 5.
averij, die Haferei', 5.
avond, der A'bend, 1.
avond-eten, das A"bendes'-
sen.
avondmaal des Heeren,
das A"bendmahl'.
avonturier,
der A"benteu'rer, 2.
avontuur,
das A"benteu'er, 2,
avontuurlijk,
a"benteu'erlich.
azen, (drei) A'sse, 1.
azen op (fig.) erpicht'
sein auf.
azuur, lazur'blau.
azijn, der Es'sig, 1.
baard, der Bart, 1*. (spr. ;
baart).
baardeloos, bart'los.
baars, der Barsch, 1.
baas, der Mei'ster, 2.
baat, der Vor'teil, 1.
babbelen, plau'dern.
bad, das Bad, 3*.
baden, ba'den.
badgast,
der Ba"degast', 1*.
badplaats,
der Ba"deort', 1.
badseizoen,
die Ba"dezeit', 5.
bagage, die Bagage, 5;
(spr.: ba-gaazj').
bagatel,
die Klei"nigkeit', 5.
bajonet, das Bajonett', 1.
bak, der Kü'bel, 5 ; (in
de komedie:) das Par-
ter're.
bakèr, die Wic'lcelfrau, 5.
bakkebaarden,
der Bac"kenbart', 1.
bakker, der Bivc'ker, 2.
bal, der Ball, 1*.
balans, die Wa'ge, 5.
balein, das Fisch'bein, 1.
balkon, der Balkon', 1.
ballast, der Ballast', 1. \
ballet-danseres,
die Ballef'tan'zerin, 5.
balsem, der Bal'sam, 1.
bang, ban'ge.
bangheid,
die Ban"gigkeit', 5.