Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
aanbod, das An"erbie'ten.
aandacht, die Aufmerk-
samkeit', 5.
aandachtig, auf'merk'-
sam.
aandeel, der An'teil, 1.
aandienen, an"merden.
aandoen, an"zie'hen
(Kleider).
aandoening, die Rüh'-
rung, 5.
aandoenlijk, rüh'rend,
ergrei'fend.
een aandoenlijk tooneel,
eine ergrei'fende Sce'-
ne, 5.
aangaande, in Betreff',
in'betreff'.
aangeboren, an"gebo'ren.
aangehuivd, ) verschwä'-
aangetrouwd, ] gert.
een aangetrouwde broeder,
ein Schwa'ger, 2.*
eene aangetrouwde zuster,
eine Schwa"gerin', 5.
aangezicht, das An'ge-
sicht, 3.
aanhangsel, die Ergän'-
zung,, 5.
aanhoudend, an"hartend.
aanUeeden, an"klei'den.
aankloppen, an"klop'fen.
aankomen, an"kom'men.
aankomst, die An'kunft,
1*.
aankoop, der An'kauf, 1*.
aankijken, an"guc'ken.
aanleg, die An'lage.
aanmerkelijk, inerk'lich.
aanmerking
die Bemer'kung, 5.
aanmoediging,
die Ermu'tigung, 5.
aannemelijk, annehm'-
lich.
aannemen, an"neh'men.
aanplakbiljet,
der An"schlagzet'tel, 2.
aanprijzen, an"prei'sen.
aanraden, an"ra'ten.
aanraking, die Berüh'-
rung, 5.
aanschellen, an"scherien.
aansporen, an'regen.
aansprakelijk, verant"-
wort'lich.
aanspreken, an"spre'chen.
aanstaan, gefal'len.
aanstekelij k,SLn"stec'kend,
gleich,
au"gen-
bliek'lich.
aanstoot geven,
An'stoss ge'ben.
hel aantal, die An'zahl, 5.
aanteekenen, le. notie'ren,
2e. ein"schrei'ben las'-
sen.
aantoonen, zei'gen.
aantreffen, treffen.
aanstonds.