Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
seither, sedert; bisweilen en zuweilen, somwijlen, nu
en dan; zuletzt, ten laatste, eindelijk; anfangs, aan-
vankelijk ; nächstens, binnenkort, spoedig; meistens,
meestal; öfters, herhaaldelijk; von jeher, vanouds;
dann und wann, nu en dan; nach und nach, van
lieverlede, langzamerhand ; unversehens, onvoorziens;
allmählig, allengs ; plötzlich, plotseling ; neuerdings,
in den laatsten tijd •, jüngst, neulich, unlängst, onlangs,
niet lang geleden; enz.
Bij woorden van hoedanigheid en wijze.
Tot deze soort behooren alle als bijwoorden ge-
bruikte adjectieven, zooals: gut, goed; schlecht,
slecht; herrlich, heerlijk; enz.
Schön, mooi (er hat schön geschrieben) ; also, dus,
alzoo ; beiläufig, terloops ; blindlings, blindelings ;
eilends, haastig ; gänzlich, geheel en al; gern, gaarne ;
ungern, ongaarne; glücklicherweise, gelukkig; un-
glücklicherweise, bij ongeluk; mit Fleiss, met opzet;
mit Recht, te recht; mit Unrecht, ten onrechte ; sehr,
zeer; so, zoo; umsonst, te vergeefs; wohl, wel;
ziemlich, tamelijk; ja, ja; ja freilich, wel ja; sogar,
zelfs; nein, neen; im Gegenteil, integendeel; wie,
hoe? enz.
Bijwoorden van hoeveelheid en graad.
Viel, veel; wenig, weinig ; genug, genoeg ; fast,
bijna; kaum, nauwelijks; beinahe, bijna; ganz, ge-
heel ; besonders, bijzonder; ausserordentlich, buiten-
gewoon, ongemeen; gerade, juist; gleichfalls, insge-
lijks; um so mehr, des te meer; zumal, voorname-
lijk; derart, zoodanig; enz.