Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
Bijwoorden van plaats:
Wo, waar ? hier, hier; da, daar ; dort, ginder, daar ;
daselbst, aldaar ; anderswo, elders ; irgendwo, ergens;
nirgends, nergens ; allenthalben, overal; überall, over-
al ; oben, boven; unten, beneden ; innen, binnen;
aussen en draussen, buiten ; hinten, achter ; vorn, voor;
nahe, nabij ; fern, ver ; weit, wijd, ver ; rechts, rechts;
links, links ; rings, rondom; hierher, hier naar toe ;
hin, heen, weg ; dorthin, daarheen ; woher, van waar ?
wohin, waarheen ? ein, in ; vorwärts, voorwaarts;
rückwärts, achterwaarts ; herab, naar beneden; herauf,
naar boven; heraus, naar buiten ; stromauf{wärts),
stroomopwaarts; stromab{wärts), stroomafwaarts.
B ij woorden van tijd:
Wann, wanneer ? jetzt, thans, nu, tegenwoordig;
nun, nu; dann, dan ; je en jemals, ooit; nie, niemals
en nimmer, nooit; stets, steeds; allezeit en immer,
altijd, immer; lange, lang; bald, weldra, spoedig;
oft, dikwijls; selten, zelden; wieder, weder; früh,
vroeg ; spät, laat; heute, heden, vandaag ; gestern,
gisteren; vorgestern, eergisteren; morgen, morgen ;
übermorgen, overmorgen; morgens, des morgens;
abends, des avonds ; mittags, des middags; nachts,
des nachts; heuer, in dit y^La,r ■, sonst, anders; täglich,
dagelijks; jährlich, jaarlijks; jahraus, jahrein, jaar
in, jaar uit; stündlich, om het uur ; neulich, onlangs ;
künftig, voortaan; damals, destijds ; «Mwr, te voren ;
ehedem en ehemals, voorheen; gleich en sogleich,
dadelijk, aanstonds; eben, juist, net; so eben, zoo
even, onlangs ; schon, reeds ; noch, nog ; hernach en
nachher, daarna, naderhand, later, vervolgens; bisher
en bisjetzt, tot hiertoe, tot nu toe, tot dusverre;