Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
In deze vier voorbeelden zijn het geen zwakke,
maar sterke werkwoorden. Zie de lijst, blz. 26.
Onpersoonlijke werkwoorden.
Deze hebben, evenals in het Hollandsch, slechts
den 3en persoon enkelvoud, b.v.:
regnen, regenen.
es regnet, het regent; es regnete, het regende ; es
hat geregnet, het heeft geregend ; es wird regnen, het
zal regenen ; dass es regne, dat het regene; enz.
Sterke vervoeging.
Een werkwoord wordt sterk vervoegd, wanneer
het zijne vormen door verandering van den stam-
klinker en door uitgangen vormt. De onvolt, teg.
tijd heeft dezelfde uitgangen als de zwakke ver-
voeging. De Ie en 3e persoon enkelvoud van den
onvolt. verl. tijd hebben geen uitgang; alle andere
vormen hebben de uitgangen van den onvol t. teg.
tijd. Het verleden deelwoord wordt gevormd door
voorvoeging van „ge" en den uitgang „en" aan
den stam, waarvan tevens de klinker vaak ver-
andert ; b. V. binden-gebunden, lesen-gelesen. De
gebiedende wijs heeft in het enkelv. den uitgang
e of geen uitgang, in het nieerv. den uitgang t of
et, b. V.: lesen, geb. wijs; lies, liest 1 tragen, geh.
wijs: trage, tragt. In de aanvoegende wijs worden
uit den 1®" persoon enkelvoud al de andere per-
sonen gevormd; doch aangezien hier de Umlaut
eene belangrijke rol speelt, is het noodig ook den
1®" persoon onvoltooid verleden tijd der Aanvoe-
gende wijs op te geven. De met * gemerkte
werkwoorden en tijden worden ook zwak vervoegd.
Op ommezijde volgt eene