Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
'284
De avonden zijn nu koel. Die Abende sind jetzt
kühl.
Het meer is met ijs bedekt. Der Seie hat sich mit Eis
belegt.
Er is mooi glad ijs om
schaatsen te rijden.
Het ijs is niet sterk genoeg.
Es ist schönes, glattes
Eis zum Schlittschuh-
laufen.
Das Eis ist nicht fest
genug.
DE TIJD.
Hoe laat is het?
Het is twee uur geslagen.
Kunt gij mij zeggen, hoe
laat het is ?
Het is bij negenen.
Het is half twee.
Het is over vieren.
Ik weet niet, hoe laat het is.
Ik heb mijn horloge niet
opgewonden.
Het is nog geen elf uur.
Het is nog niet laat.
Het is er vijf minuten vóór.
Het ig bij tienen.
Wieviel Uhr ist es?
Es hat zwei geschlagen.
Es ist Schlag zwei
Uhr.
Können Sie mir sagen,
wieviel Uhr es ist?
Es ist beinahe neun Uhr.
Es ist halb zwei Uhr.
Es ist vier Uhr vorbei
(durch). Es ist über
vier Uhr.
Ich weiss nicht, wieviel
Uhr es ist.
Ich habe meine Uhr
nicht aufgezogen.
Es ist noch nicht elf
Uhr.
Es ist noch nicht spät.
Es fehlen noch fünf Mi-
nuten.
Es ist beinahe zehn
Uhr.