Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
Volt. tegCDw. tijd.
ich habe
du hast
er hat
wir haben
ihr habt
sie haben
ik heb
^ci gij hebt
^ hij heeft
wij hebben
^ gij hebt
zij hebben
ich hatte
^ du hattest
er hatte
^ wir hatten
• ihr hattet
sie hatten
Onvolt. toekomende tijd.
Volt. verl. tijd.
ik had
^ gij hadt
^ hij had
wij hadden
^ gij hadt
zij hadden
Voltooid toek. tijd.
ich werde
du wirst
er wird
wir werden
ihr werdet
sie werden
ik zal
gij zult
hij zal
g wij zullen
gij zult
zij zullen
ich werde
du wirst
er wird
wir werden
ihr werdet
sie werden
ik zal
a gij zult
s: hij zal
g" wij zullen
^gij zult
s zij zullen
Onvolt. verl. toek. tijd.
Volt. verl. toek. tijd.
ich würde
du würdest
er würde
wirwürden
ihr würdet
sie würden
ik zou
^ gij zoudt
Ä hij zou
g wij zouden
^ gij zoudt
zij zouden
ich würde
du würdest
er würde
wir würden
ihr wurdet
sie würden
ik zou
fgij zoudt
S hij zou
g^ wij zouden
^ gij zoudt
f^ zij zouden
<t>
ET
Gebiedende wijs.
habe, heb. habt, hebt. {haben Hie. heb, hebt).
Aanvoegende wijs.
Onvolt. tegenwoordige tijd. Onvoltooid verl. tijd.
ich habe, ik hebbe. ich hätte, ik hadde.
du habesty gij hebbet. du hättest, gij haddet.
men (met groote s) Sie haben (gij. hebt), zoowel in het enkel-
voud als in het meervoud. In alle tijden bij alle werk-
woorden wordt voor den 2en persoon (enkel- en meervoud)
op die wijze Sie gebezigd.
2) sie hat, zij heeft; man hat, men heeft; es hat, het
heeft; je'mand hat, iemand heeft; nie'mand hat, niemand
heeft, enz. Voor den 3en persoon enkelvoud (in alle tijden)
wordt zoodanig voornaamwoord gebruikt als noodig is.