Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
'249
zuinig, spar'saiu, karg.
zuipen, sau'fen.
zuiper, der Siiu'fer, 2.
zuivel, But'ter und Kä'se.
zuiver, sau'ber, rein, lau'-
ter; de zuivere waar-
heid, die lau'tere
Wahr'heit.
zuiveren, rei'nigen, sau'-
bern.
zulk, solch.
zullen, wer'den ; sol'len.
zult, die Sül'ze, der Zer-
velat'.
zurig, säu'erlich.
zuring, der Sau"eramp'-
fer.
zuster, die Schwe'ster, 5.
zvsterlijk,schyve"stevlich\
zusterskind, das Schwe"-
sterkind', 3.
zuur, sau'er.
het zuur, {maagzuur :) das
Sod"bren'nen.
in het zuur, in Es'sig;
{fig,) auf'gescho'ben.
zuurdeeg, der Sau"erteig'.
zuurkool, das Sau'er-
kraut'.
zwaai, der Schwung; die
Schwin'gung.
zwaaien, schwin'gen.
zwaan, der Schwan, 1*.
zwaar, schwer.
zivaard, das Schwert, 3.
zwaardveger,
der Schwert"fe'ger, 2.
zwaardvisch, der Sch wert'-
fisch, 1.
zwaarhoqfd, der Schwer"-
mü'tige, 5; der Gril"-
lenfän'ger, 2.
zwaarmoedig, schw^er"-
mü'tig.
zwaarmoedigheid,
die Schwer'mut.
zwaarte, die Schwe're;
{geiüicht:) das Gewicht'.
zwachtel, die Binde, 5.
zwachtelen, verbin'den.
zwadder, das Schlan"gen-
gift'.
zwager, der Schwa'ger, 2*.
sa-ag'erm, die Schwä'gerin,
5.
zwak, schwach.
iemands s^raÄ, ] e"man'des
schwa'che Sei'te.
een zwak hebben op,
erpicht' sein auf.
zwakte, die Schwä'che, 5.
zwalken, herum"ir'ren.
zwaluw, die Schwarbe, O.
sit'ahtïrsiaari,derSchwal"-
benschwanz', 1*.
zwam, der Schwamm.
zwanendons, der Schwa"-
nenflaum.'
zwanenhals, der Schwa"-
nenhals'.