Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
'220
volstrekt, durchaus';
absolut'.
voltallig, voir'zäh'lig.
voltooid, vollen'det.
voltooien, volleii'den.
voltooiing, die Vollen'-
dung, 5.
voluit, ganz; voU"stän'-
dig.
volvoeren, vollfüh'ren.
volvoering, die Volifüh'-
rung.
volwassen, (van menschen:)
erwach'sen ; (van die-
ren :) aus"gewach'sen.
de volwassene, der (die)
Erwach'sene, 5.
volzin, der Satz, 1*.
vondeling, der Find'ling,
1, das Fin"delkind' 3.
vondst, der Fund. 1.
vonk, der Fun'ke, 4.
vonnis, das Ur'teii, 1.
vonnissen, Ur'teii spre'-
chen ; iemand vonnissen,
Ei'nen verur"tei'len.
vont, das Tauf'bec'ken, 2;
der Tauf stein, 1.
voogd, der Vor'mund, 1.
voogdes, die Vor"mün'-
derin, 5.
voogdij, die Vor"mund-
schaft'.
voor, für.
vóór, vor.
I vooral, vorzüg'lich, be-
son'ders.
hij voorbaat, im voraus'.
voorbarig, vor"ei'lig; vor"-
wit'zig.
voorbedacht, vor"sätz'lich.
voorbeeld, das Bei'spiel, 1.
voorbeeldeloos, bei"spiel-
los.
voorbeeldig, exempla'-
risch, mu"sterhaft'.
voorbehoedmiddel, das
Schutz"mit'tel.
voorbehoud, der Vor"be-
halt'.
voorbereiden, vor"berei'-
ten.
voorbereiding, die Vor"-
berei'tung, 5.
voorbericht, der Vor"be-
richt'.
voorbode, der Vor"bo'te,
5, (fig-O das Vor"zei-
chen, 2.
voorbij, vorbei', vorü'ber.
voorbijgaan, vorü"berge'-
hen, vorbei"ge'hen.
voordacht, der Vor'be-
dacht.
voordat, e'he, bevor'.
voordeel, der Vor'teil.
voordeelig, vor"teilhaft'.
voordeur, die Haus'tür.
voordezen, e'hemals, vor-
' dem'.