Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
'215
viermaal, viermal.
vierschaar, das Gericht'.
viersprong, der Kreuz'-
weg, ] ; der Kreuz'-
pfad, 1.
viertal, die Vier'zahl.
viervoetig, vier"fü'ssig ;
viervoetig dier, das vier"-
fü'ssige Tier, 1. ;
vigilante, die Drosch'ke, |
5. :
rigileeren, vigilie'ren.
vignet, die Vignet'te, 5.
villen, schin'den.
vilder, der Schin'der, 2.
vilmes, das Schind"mes'-
ser, 2.
vilt, der Filz.
vin, die Fin'ne, 5.
vinden, fin'den.
nieuwe vinding, die neu'e
Erfin'dung, 5.
vinger, der Fin'ger, 2.
vingerhoed, der Fin'ger-
hut, 1*.
link, der Fin'ke, 5.
de vinkenjacht,
der Fin"kenfang'.
vinnig, scharf,
violet, veil"chenblau';
violett'; de violet, die
Vio'le, 5.
violier, die Lev'koje, 5.
violist, der Violinist', 5, ,
der Violin"spie'ler, 2.
violoncel, das Violoncel'-
lo, [mrv. -s).
viool, die Violi'ne, 5.
vioolspel, das Violin'spiel
viooltje, das Veil'chen, 2
vischarend, der Fisch"
ad'ler, 2.
vischhaak, die Fisch"an'
gel, 5, die An'gel, 5.
vischlijm, der Fisch'leim
vischnet, das Fi"scher
netz', 1, das Fi"scher
garn'.
visscherspink, das Fi"
scherboot', 1.
vischrangst, der Fisch'
fang.
vischrrouw, die Fisch'
frau, 5 ;das Fisch'weib
3.
visitatie, die Visitation
5.
Maria visitatie,<iie Heim"
su'chung Mari'ä.
visite, der Besuch', 1,
visiteeren, untersu'chen,
visitie'ren.
visiteur, der Visita'tor, 4.
risschen, fi'schen.
visscher, der Fi'scher, 2.
fisschersdorp,
das Fi'scherdorf', 3*.
visscherij, die Fischerei',
5.
vitriool, der Vitriol'.