Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
'210
verstoken van, beraubt'
(met genetief).
verstokt, verstockt'.
verstomd staan over, aufs
höch'ste erstaunt' sein
ü'ber.
verstommen,
verstum'men.
zich verstouten, sich er-
küh'nen; sich erdrei'-
sten.
verstrooid, zerstreut'.
verstuiken, verstau'chen.
vertaald, übersetzt'.
zich vertakken,
sich verzwei'gen.
vertakking, die Verzwei'-
gung, 5.
vertalen, überset'zen.
vertaler,
der Überset'zer, 2.
vertaling,
die Überset'zung, 5.
verte, die Fer'ne.
verteerbaar, verdau'lich.
vertegenwoordigen, vertre'-
ten; repräsentie'ren.
vertegeniroordiger, der
Vertre'ter, 2; (volksrer-
tegenvoordiger:) der
Volks"vertre'ter, 2.
vertegenwoordiging, die
Vertre'tung, 5; {ran
't volk-.) die Volks"-
vertre'tung, 5.
vertellen, erzäh'Ien; zich
vertellen, sich verzäh'-
len.
vertelling, (vertelsel), die
Erziih'lung, 5. [2.
vertelseltje, das Mär'chen,
verteren, (uitgeven:) ver-
zeh'ren; (verduwen:)
verdau'en; (vergaan:)
verzeh'ren.
vertering, die Aus"ga'be;
die Verzeh'rung; (spijs-
vertering :) die Verdau'-
ung.
vertinsel, die Verzin'nung,
die Überzin'nung.
vertoeven, verwei'len.
vertolken, dol"met'schen.
vertolker, der Dol"met'-
scher, 2; (oder:) der
Dol'inetsch, ö.
vertolking, die Dol"met'-
schung.
vertoon, die Vor"zei'gung;
die Auf'wei'sung; (van
een tooneelstuk:) die
Auffüh'rung, 5; (veel
vertoon maken:) gro'-
ssen Aufwand ma'-
chen.
rertoonen, zei'gen, auf'-
wei'sen; (van tooneel-
spelers:) dar'stel'len;
(van een tooneelstuk:)
auffüh'ren.