Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
206
^'mneer cZe?'6?i, vermeh'ren.
vermeerdering, die Ver-
meh'rung, 5.
vermelden, merden; er-
wäh'nen.
vermelding, die Mel'dung;
die Erwäh'nung, 5.
vermenigvuldigen, mul'-
tiplizie"ren; verman"-
nigfal'tigen, verviel"-
fäl'tigen; ^fig.) sich
vermeh'ren.
vermenigvuldiging, die
Multiplikation", 5; die
Vervie]"färtigung;
{fig») die Vermeh'rung.
vermetel, verwe'gen;
dreist; kühn.
verminderen,^ ermin' dem.
vermindering, die Ver-
min'derung.
verminken, verstüin'nieln.
verminking, die Verstüm'-
melung, 5.
de verminkten, die Ver-
stüm'melten, 5.
vermist, vermisst'.
vermoedelijk, vermut'iich.
vermoeden, vermu'ten.
het vermoeden, {gissing.')
die Vermu'tung, 5, das
Vermu'ten.
vermoeid, ermü'det.
vei'moeien, ermü'den.
vermogen, vermö'gen.
het vermogen, das Vermö'-
gen.
een gi^oot vermogen,
ein gro'sses Vermö'gen.
vermogens, die Sin'ne; die
Gei"steskraf'te.
vermomd, vermummt'.
vermooi'den, ermor'den.
vermijden, vermei'den.
vernederen, demü'tigen.
vernedering, die Demü'-
tigung, 5.
vernemen, verneh'men.
vernemen naar,
sich erkun'digen nach.
vernielen, zerstö'ren.
vernieling, die Zerstö'-
rung, 5.
vernietigen, vernich'ten.
vernietiging, die Vernich'-
tung'
vernieuioen, erneu'ern.
vernieuiviiig,
die Erneu'erung, 5.
, vernis, der Firnis', -1.
■ vernissen, firnis'sen.
; vernoemen naar, nen'nen
nach.
rernujtig, 1. wit'zig; 2.
geist'voll,erfin'derisch,
geist'reich. sinn'reich.
veronachtzamen,
\ vernach"läs'sigen.
! verongelukken,
' verun"glüc'ken.