Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
'180
tarra, die Ta'ra.
tarten, hieraus"for'dern;
trot'zen.
tarwe, der Wei'zen.
tarwebrood, das VVei"zen-
brot'. ,
tarwemeel, das Wei"zen-
mehl'.
tarwezemelen, die Wei"-
zenklei'e.
tas, der Hau'fen, 2.
tasch, die Ta'sche, 5.
tassen, auf'häu'fen.
tast, das Tap'pen; das
Ta'sten; op den tast,
aafs Gera"tewohr.
tastbaar, tast'bar.
tasten, ta'sten, tap'pen;
füh'len.
tatewalen, lal'len; (van
kinderen;) stam'meln.
tax, die Tax, 5,
taxeeren, taxie'ren.
taxis, der Ta'xus.
te oud, zu alt.
te koop, zu ha'ben.
te Brussel, in Brüs'sel.
technisch, tech'nisch.
Te Deüm, das Te-De'um
(mrv.: -s).
teeder, zart.
teederheid, die Zarflich-
keit'. '
teefje, die Hün'din, 5.
teeken, das Zei'chen, 2.
teekenen,
(afbeelden:) zeich'nen;
(onderteekenen:) unter-
zeich'nen ;
(merken:) zeich'nen.
teekening,
(prent:) die Zeich'-
nung, 5;
(schets:) die Skiz'ze, 5;
(handteekening:) die Un-
terzeich'nung, 5; die
Na"mensunterschrifl',
5.
teelland, das Ac"kerland'.
teelt, die Zucht; veeteelt,
die Vieh'zucht; bloe-
menteelt, die Blu"men-
zucht'.
teems, (voor droog:) das
Sieb, 1 ; (voor nat:) der
Durch'schlag, 1*.
teen, (dun takje:) die
Band"wei'de;
(aan den voet:) die
Ze'he, 5.
teer, (harsolie:) der Teer ;
(teeder:) zart.
teerhartig, weich"her'zig,
zärt'lich.
teerketel, der Teer"kes'sel.
teerkwast, der Teer"pin'-
sel.
teerling, der Wür'fel, 2.
teerlingvormig, w ü r"fe 1-
för'mig.