Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
'176
strijkgoed, die Bü"gelwa-
sche, 5.
strijkster, die Büg'lerin,
5.
strijkstok,
(van viool;) der Bogen,
2; {van maten:) das
Streich'holz, 3*.
strijkijzer, das Bü"gelei'-
s'en, 2.
studeeren, studie'ren.
studeerkamer, das Stu-
dier"zim'nier, 2.
student, der Student', 5.
studentengrap, der Stu-
den"tenstreicli', 1.
studentenleven, das Stu-
den"tenle'ben.
studie, das Stu'dium
{mrv.: Stu'dien).
studiejaren, Studen"ten-
jah're.
studievak, der Stu"dien-
zweig', 1.
stug, stör'risch; sau"er-
töp'fisch.
stuijregen, der Staub"re'-
gen.
stuip, die Zue'ltung, 5;
die Konvulsion', 5;
{Jig.:) die Gril'le, 5.
stuiptrekking, die Zuk'-
kung, 5; die Verzer'-
rung, 5.
stuiten, {tegenhouden):
I hemmen; {afkeer ge-
I ven-?) zuwi"der sein.
^ stuitend, an"stö'ssig;
{ook:) wi'drig.
stuiven, stiiu'ben.
stuiver, der Stü'ber, 2.
stuk, {kapot:) kaputt'.
het stuk, das Stück, 1;
per stuk, per Stück;
op stuk werken, auf
Stück ar"beiten.
stukadoor, der Stucli"ar"-
bei'ter, 2, der Stucca-
tur"arbei'ter, 2.
stulp, die Hüf'te, 5.
stumperd, {mannelijk:)
der ar'me Teu'fel, 2;
{vrouwelij k:)[die Ar'me,
5.
sturen, {richten:) steu'ern;
{zenden:} schic'ken,
sen'den.
stut, die Stüt'ze, 5.
stutten, stüt'zen.
stuurman, der Steu"er-
mann', {mrv.: -leu'te).
stuurmanskunst,
die Steu"ermanns'-
kunst".
in den stuurstoel, am
Steu'er.
stuursch, sau"ertöp'fisch,
un"freund'lich.
stuivage, die Stau'ung, 5.
stuwen, stau'en.