Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
166
spons, der Schwamm, 1*.
sponsachtig, schwam'-
micht.
spook, der Spuk, 1; das
Gespenst, 3.
spookhuis, das Spuk'haus,
3*, (das Haus, in wel-
chem es um'geht).
spookverschijning, die
Gei"stererschei'nung,
5.
spoor, (aan laarzen;) der
Sporn, 1; (wagenspoor
en ook fig.) die Spur,
5 ; (op spoorwegen :) die
Schie'ne, 5; die Ei"-
sen'bahn, 5 ; (ook;) der
Bahn'hof, 1*.
spoorloos, spur'los.
spoorslags, sporn'streichs.
spoorstaaf, die Ei"sen-
bahn'schie'ne, 5.
spoorweg, die Ei"sen-
bahn', 5.
sporen, per Eisenbahn'
fah'ren.
sporrelig, zän'kisch.
sport (van ladders ;) die
Spros'se, 5; (fig.) die
Stu'fe, 5.
spot, der Spott.
spotboef, der Spotf'vo'-
gel, 2*.
spotprijs, der Spott'preis,
1.
spotten, spot'ten.
spotvogel, der Spotf'vo'-
gel, 2*.
spouiven, spel'ten, splei'-
ssen.
spraak, die Spra'che, 5.
spraakkunst, die Gram-
ma'tik.
spraakzaam, gespra'chig.
sprank, der Fun'ke, 4.
spreekgestoelte,devKiithe'-
der, 2; die Red"ner-
büh'ne, 5.
spreekkamer, das Sprech"-
zim'mer, 2.
spreektrant, die Sprech'-
art, 5.
spreektrompet,
das Sprach'rohr, 1*.
spreekwoord, das Sprich'-
wort, 3*.
spreekwoordelijk,
sprich"würt'lich.
spreeuw, der Star, 1.
sprei-deken, die (geste pp'-
te) Betf'dec'ke, 5.
spreiden, sprei'ten, aus'-
breiten.
spreken, spre'chen,
re'den.
sprekend, spre'chend, re'-
dend.
sprekende gelijkenis, die
auf'fal'lende Ahn"-
lichkeit'.