Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ook is de enkele vocaal kort in alle toonlooze
lettergrepen, b. v. in de aanvangspartikels („be",
„ge", „ver") en in de eindlettergrepen, die uitgaan
op „el", „en", „er", „eln", „ern".
Lang is de enkele vocaal over het algemeen:
1) wanneer zij slechts één consonant achter zich
heeft (behalve in een aantal eenlettergrepige woord-
jes, die alle kort zijn);
2) met eene „h" vlak achter zich, al volgen er
dan nog meer consonanten;
3) met „sz" achter zich (met Latijnsche letter
dus in de meeste woorden, waarin zij „ss" achter
zich heeft — zie 14 regels hooger);
4) met „th" achter zich.
En altijd lang is de enkele vocaal:
5) als eindletter van een woord of lettergreep.
Korte klank der Vocalen.
ii klinkt als in de Hollandsche woorden „bal",
„kam", „man", „pap", enz.
<• klinkt als in de Hollandsche woorden „perk",
„kerk", „hel", ,,stem", enz.
i heeft een zeer eigenaardigen klank. Het is
noodeloos zich daarover veel hoofdbrekens te maken:
men zegge eenvoudig: in het Duitsch is de i a 1-
t ij d lang, zelfs al heeft zij consonanten achter
zich : de Duitsche i klinkt altijd als bij ons in den
vrouwennaam „Mimi".
O klinkt als iu de Hollandsche woorden „hollen",
„rollen", „vork", „soppen", „los", enz. helder en open
(dus niet dof gelijk onze o in „slof", „mof", „dom").
II en y. Ook van deze twee kan men evenals
van de i zeggen: Ze rijn altijd lang (de y
klinkt als „i", de u [zie blz. 4] klinkt als „oe").