Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
137
te, 5; 3 {van groote roof-
dieren ;) die Tat'ze 5 ;
4 {van roofvogels:) die
Kral'le, 5.
poot (= stekje :) der Setz'-
ling, 1; der Stecli'ling,
1.
het pootje, das Po'dagra;
das Zip'perlein.
poover, ärm'lich.
de pop, die Pup'pe, 5.
poppenkast, das Pup"pen-
thea'ter, 2.
populair, populär'.
populariteit, die Popula-
rität'.
populier, der Pa])"pel-
baum', 1*, die Pap'pel,
5.
porren, wec'keii
porselein, das Porzellan',
1.
port, das Por'to {mrv.: -s).
portaal, das Portal', 1.
portier, der Por'tier {spr.:
por'-tjee) {mrv. :-s) {aan
rijtuigen:) der Schlag,
1*.
portret, das Bild'nis, 1,
das Porträt' {mrv.: -s),
portretteeren, ma'len.
positief, bestimmt'.
post, die Post, 5 ; {inkoop-
mansboeken, in rekenin-
gen, enz.:) der Po'sten,
2.
postelein, der Por'tulak.
posterij, postkantoor, das
Post'amt, 2*.
poste restante, posk'la'-
gernd.
postdirecteur, der Post"-
mei'ster, 2.
postiljon, der Postillon', 1.
postpapier, das Posf'pa-
pier', das Briefpapier'.
postuur, die Posf'stun'-
de, 5.
postuur, die Statur', -5.
postwagen, der Post"wa'-
gen, 2.
postzegeltje, die Brief-
mar'ke, 5.
pot, der Topf, 1*.
potage, die Kost, die
Suppe
poten, ptlan'zen.
potentaat, der Potentat', 5.
potsierlijk, possier'lich.
potten, sparen, erspa"ren.
potter, der Spa'rer, 2; der
Geld"schar'rer, 2.
praal, die Pracht, das
Geprän'ge.
praat, das Geschwätz',
die Re'den.
praatje, das Gere'de.
pracht, die Pracht.
prachtig, präch'tig