Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
127
onvoorzichtig,
un"vor"sich'tig.
onvriendelijk, un"freund'-
lich.
onwaar, un'wahr.
onwaardig, un"wür'dig.
onwaarschijn lijk,
un"wahr"schein'lich.
onweder{on-L das Gewit'-
weer), ^ ter, 2.
onweershui, (
onwelvoeglijk, un'gezie'-
mend, un"gebühr'lich.
onwetend, un"wis'send.
onwetendheid, die Un"-
wis'seniieit.
onwettig, un"gesetz'lich;
(Jig.) un'echt.
onwil, der ün'wil'le, die
Un"geneigt'heit.
onwillig, wi"derwil'lig,
un'geneigt.
onwrikbaar, un"er8chiit'-
terlicii.
onwijs, un"wei'se; ver-
rückt'.
onzacht, un'sanft.
onzeker, un"si'cher.
onzekerheid, die Un"8i-
cherheit.
ten onzent, bei uns.
om onzentwil, um un"-
sertwil'len.
onzichtbaar, un"sicht'bar.
onzin, der Un'sinn.
onzuiver, un rem.
onzijdig, neutral; {in de
spraakkunst:) säch'lich.
ooft, das Obst.
oog, das Au'ge, 4.
oogenblik, der Au"gen-
blick', I.
oogenblikkelijk, au"gen-
blick'lich.
oogst, die Ern'te.
ooievaar, der Storch, 1*.
ooilam, das Lämm'chen,
2.
ooit, je.
ook, auch.
oolijk, pfiffig, schlau,
oom, der O'heim, 1.
oor, das Olir, 4.
oordeel, das Ur'teil, 1.
oordeelen, ur"tei'len.
oorlog, der Krieg, 1.
oorlogstooneel,
der Kriegs"schau'platz,
1*.
oorspronkelijk,
ur"sprüng'lich.
oorzaak, die Ur"sa'che, 5.
) derO'8ten,derOst;
i die Ostin'dien.
oostenwind, der Osf wind,
1.
oostersch, mor"genlän'-
disch.
ootmoed, die De'mut.
ootmoedig, de"mü'tig.