Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
125
ontbering, die Entbeh'-
rung, 5.
ontbranden, entilam'men.
ontbreken, feh'len
ontbijt, das Früh'stüclj.
ontbijten, früh"stüc'ken.
ontdekking,
die Entdec'kung, 5.
ontdooien, auf'tau'en.
onleeren, enteh'ren.
ontegenzeglijk, uii"strei'-
tig
ontelbaar, un"zahl'bar.
onterven, enter'ben.
zich ontfermen, sich erbar-
men.
ontfutselen, heim'lich ent-
wen'den.
ontgaan, entge'hen, ent-
wi'schen.
onthaal, der Empfang',
die Bewir'tung.
onthoofden, enthaup'ten.
onthutst, bestürzt'.
ontkennend, vernei'nend.
ontkleeden, entklei'den.
ontknooping, die Los'-
kiiöpfung; {fig.) die
Auflösung, der Aus'-
gang.
ontleden, zerglie'dern.
ontleding, die Zerglie'de-
rung, 5.
ontleedkunde, die Anato-
mie'.
ontmaskeren, entlar'ven.
ontoereikend, un"zurei'-
chend, un"zuläng'lich.
ontploffing, die Explo-
sion', 5.
ontrouw, un'treu.
de ontrouw, die ün"-
treu'e.
ontsieren, entstel'len.
ontstaan, entste'hen.
het ontstaan, das Entste'-
hen, die p]ntste'hung.
ontsteltenis, die Bestür'-
zung.
ontucht, die Un'zucht.
ontvanger, der Enipfiin'-
ger, 2; (van de belas-
tingen :) der Ein"neh'-
mer, 2.
ontvangst, der Empfang'.
ontwaken, erwa'chen.
ontwaren, gewahr" wer'-
den ; (fig.) verspü'ren.
ontwikkeling, die Entwik'-
kelung.
ontwijt'eUiaar, un"zwei'fel-
ha'ft.
ontijdig, un"zei'tig.
ontzag, die Ehr'furcht.
ontzaglijk, furcht'bar.
ontzettend, entsetz'lich.
onuitsprekelijk,
un"aussprech'lich.
onuitstaMibaar, un"leid'-
lich.