Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
119
omschrijving, die Um"-
schrei'bung, 5.
omslaan, um'Tal'len.
omstanders, die Um"8te'-
henden, die Zu'-
schauer.
omstandig, um"stand'-
lich.
omstandigheid,
der TJm'stand, 1*.
de omstreken, die Um"ge'-
gend.
omtrek, der Um'riss, 1;
der Um'fang, 1* ; die
Um"ge'gend. o.
omtrent, un'gefahr.
omver, iim-.
omweg, der Um'weg, 1.
omwenteling,
die Uiii"wiirzuiig, 5 ;
die Revolution', 5.
omwroeten, uni'wühlen.
omzet, der Um'satz.
omzichtig, behut'sain.
omzwerven, herum"ir'ren.
onaangenaam, un"an'ge-
nehm.
onachtzaam, iin''acht'-
sam, nach"las'sig.
onafhankelijk, un"ab'-
han'gig, selbsf'stiin'dig.
onafscheidelijk,
un"trenn'bar.
onbaatzuchtig, un"ei'gen-
nüt'zig.
onbedachtiaam, un"be-
dacht'sam.
onbedreven, un"erfah'ren.
onbedrieglijk, un"trüg'-
lich.
onbeduidend, un"bedeu'-
tend.
onbegaanbaar, un"gang'-
bar.
onbegrensd, un"begrenzt'.
onbegrijpelijk, un" be-
greiflich.
onbehouwen, un"gezo'gen.
onbekend, un"bekannt'.
onbekrompen, frei"ge'big.
onbekwaam, un"fä'hig.
(mbelemmerd, un"gehin'-
dert, unbeschränkt.
onbemiddeld, un"bemit'-
telt, un"vermü'gend.
onbepaald, un"bestimmt'.
onbeperkt, un"begienzt,
un"beschränkt'.
onberedeneerd. un"über-
legt'.
onbereikbaar, un"erreich'-
bar.
onberispelijk, un"ta'del-
haft.
onbeschaafd, un"gebil'-
det, un"geschliffen,
roh.
onbeschaamd,) un"ver-
onheschoft, J schämt'.
onbeschroomd, furcht'los.