Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
108
list, die List, 5.
listig, li'stig
livrei, die Livree', 5.
de loef aan iemand af-
steken, es ei'nem zu-
vor"tun.
loeien., {van dieren:) blö-
ken ; {van den wind:)
heu'len.
loensch, schiel"äu'gig.
loeren op, lau'ern auf.
te loever, lufwarts.
lof, das Lob.
loffelijk, löb'lich.
loftuiting, der Lob'spruch,
1*.
log, schwer"färiig.
loge, die Loge, 5 {spreek
uit: loozj).
logeeren, logie'ren {spreek
uit: lo-zjie'ren).
logeergast, der Logier'-
gast, 1*.
logeerkamer, das Logier"-
zim'mer, 2.
logement, das Hotel'
{mrv.-.-s).
logen. Zie leugen,
logica, die Logik'.
logisch, lo'giscti.
lok, die Loc'ke, 5, die
Haar"loc'ke, 5.
lokaal, lokal'.
het lokaal, die Lokalität', 5.
lokaas, die Lock"spei'se.
lokken, loc'ken.
lol, der Spass, 1*.
lollig, spass'haft.
lombard, das Leih'haus,
3*.
lommer, der Schat'ten, 2.
lommerrijk, schat'ten-
reich.
lomp, grob, plump.
lompen, Lum'pen, 2.
de long, die Lunge, 5.
lont ruiken, Lun'te rie'-
chen.
loochenen, leug'nen.
loochening, die Leug'nung,
5.
lood, das Blei; {paslood,
dieplood:) das Lot, 1.
lood {gewicht), das Lot, 1.
loods, {schuur:) der
Schop'pen, 2; {op een
schip:) der Lot'se, 5.
loof, das Laub.
loofhuttenfeest,
das Laub"hüt'tenfest".
loog, die Lau'ge.
looier, der Ger'ber, 2.
looierij, die Gerberei', 5.
look, der Lauch.
loom, schwer, matt.
loon, der Lohn, 1*.
loop, der Lauf, 1*.
hopen, lau'fen.
loopjongen, der Lauf bur'-
sche. 5.