Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
103
Kwaker, der Quä'ker, 2.
kwalijk nemen, ü"bel neh'-
men.
kwansuis, schein'bar,
vor"geb'lich.
kwartaal, das Vier"tel-
jahr'.
toarfj«?-,die Vier"telstun'-
de.
kwartje, der Quarfgul'-
den.
kwast, (in hout:) der Kno'-
ten, 2, (verf kwast:) die
Qua'ste, 5, (kwibus:)
der Narr, 5.
.'.veeken, pfle'gen.
kwelling, die Quälerei', 5.
kwetsha.ar, verwund'bar.
kwetsen, verwun'den ;
(fig.) krän'ken.
kwetsend, (fig.) krän'-
kend.
kwetsuur, die Verwun'-
dung, 5.
kwinkslag, der Witz, 1.
kwispelstaarten, mit dem
Schwan"ze we'deln.
kivistig, verschwen'de-
risch.
kwijlen, gei'fern.
kivijnen, krän'keln ; hin"-
wel'ken ; hij kwijnt weg,
er stirbt dahin'; de
handel kwijnt, der Han'-
del ist (geht) flau.
kwijt zijn, los' sein (met
accusatief),
kwijten, (geldschuld;) ab"-
tra'gen; ztc/i kwijten van,
sich entle'digen (met
genitief)
builen kijf, un"zwei'fel-
haft.
te kijk, zur 8chau.
kijken, guc'ken.
kijven, zan'ken.
laadjc, die Schub"la'dc, 5.
laadstok, der La"destock',
1*.
laag, nie'drig.
naar de laagte, nie'der-
wärts.
laakbaar, ta"delhaft'.
laan, die Allee', 5.
laars, der Stie'fel, 2 en o.
laarzentrekker, der Stie"-
felknecht', 1.
laat, spät.
laboreeren aan, laborie'-
ren an.
labyrint, das Labyrinth',
1 ; der Irr "garten, 2*.
lach, die La'che, das La'-
chen.
lachen, la'chen.
ladder, die Lei'ter, 5.
lade, die Schub"la'de, 5.
laden, la'den.
laj, (zouteloos:) fa'de, .«aft-