Boekgegevens
Titel: Liedjes voor school en huis: in noten- en cijferschrift
Auteur: Bruining, H.; Halbertsma, T.E.
Uitgave: Dockum: A. Schaafsma, na 1891 *
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2521
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200404
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: vocale muziek
Trefwoord: Kindergedichten (teksten), Muziekwerken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Liedjes voor school en huis: in noten- en cijferschrift
Vorige scan Volgende scanScanned page
YOORBERICHT.
Bij het verschenen van »In huis en daau buiten", meende
ik goed te doen, de daarin voorkomende lieve en echt Neder-
landsche versjes op muziek te zetten. Ik hoop, dat myne melodieën
er toe zullen bydragen, het boekje van den Heer Bruining zoo
algemeen mogelgk bekend te maken, iets, -wat het myns inziens
ten volle verdient.
Met het oog op »eenvoudigheid" en »kinderlijkheid" is de
tekst van de liedjes niet van hetzelfde gehalte. Ik heb de stukje»
gerangschikt en stel me nu voor, dat het boekje niet alleen voor
afwisseling naast eene geregelde »zangmethode" kan worden ge-
bruikt, maar ook dienst kan doen in de eerste klassen der lagere
school en de hoogste klasse van bewaarscholen, dus däär, waar
enkel éénstemmige liedjes op het gehoor worden gezongen.
Ik meen, dat de eerste zeven nommers in bewaarscholen op
hunne plaats zyn.
Nommer 5, 6, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18
en 20 z^n bestemd voor kinderen van 7 tot 9 jaar, terwijl de
laatste 14 nommers tweestemmig kunnen gezongen worden door
die leerlingen, welke sedert hun jaar met het eigenlijke
»notenlezen" zijn begonnen.
Trouwens de verstandige onderwyzer zal weten te kiezen, wat
geschikt is.
In sommige scholen, waar nog ieta aan het zangonderwijs
wordt gedaan, heeft men de gewoonte de liedjes op een daarvoor
ingericht »zangbord" te schrijven, daarna voor de klasse te be-
spreken en eindelijk door de leerlingen te laten zingen.
Zonder die methode onvoorwaardelijk af te keuren, — ze heeft
immers veel goeds en is bovendien »goedkoop", daar men met
één exemplaar van het zangboekje kan volstaan — zou ik echter
wenschen, dat de leerlingen hij elke les een boekje in handen
kregen en nu en dan mee huiswaarts konden nemen, of, wat
nog beter ware, dat zij een exemplaar in bezit hadden. Ik spreek
hier natuurlijk over zangboekjes in het algemeen.
Men klaagt, dat het volk enkel straatliedjes zingt; maar aan
wien de schuld? Welke schoolliederen kent men zoo goed, dat
men er »hart" voor krygt? Het zijn er, helaas, maar enkele, en
dan kent men er in den regel niet meer van dan het 1® couplet.