Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1882
9e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2491
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200397
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-92
zich verheffen. Talrijke vulkanen! Op vele plaatsen be-
staan de Cordilléras uit tv^ee of drie evenwijdige ketens.
Van 't N. naar 't Z. onderscheidt men: 4. de Cordilléras
van Nw.-Granada, bestaande uit drie hooge ketens; 2.
de Cordilléras van Quito (Idto)^ aan weerskanten van den
evenaar, met den bekenden Chimboraco (tsjiemhordsso,
6420 M. hoog); 3. de Cordilléras van Peru, nu eens uit
twee, dan weer uit drie ketens bestaande; zij sluiten eene
uitgestrekte, 4000 M. hoog gelegen vlakte in, waarop
het groote Titicaca-meer wordt gevonden; 4. de Cordillé-
ras van Chili (tsjiU)^ slechts éene keten, met den Acon-
cagua (6830 M.).
Het beklimmen der Cordilléras biedt den reiziger de veelvuldig-
ste afwisseling aan. Aan de zeekust ligt de gordel van het heete
land (tierra calienie). De vochtige, heete lucht maakt den moe-
rassigen bodem tot eene wildernis met overdadigen plantengroei,
het broeinest van de gevreesde gele koorts. Ter hoogte van 700
M. begint een weeldrig vruchtbaar gebied, dat suikerriet, indigo,
katoen, cacao en vanielje voortbrengt. De bosschen bestaan uit
allerlei palmen. Op 1400 M. hoogte beginnen de schoonste mais-en
tarwevelden. We zijn in den gordel van het gematigde land
(tierra templdda), dat tot 2200 M. hoogte klimt. In de bosschen
prijkt de vijgeboom, naast myrt, laurier en andere altijdgroene
loofboomen. Hier is het oorspronkelijke vaderland van den aardap-
pel; hier verbouwt men gerst, Hooger dan 2200 M. klimmende,
komt men in den gordel van het koude land {tierra fria).
Prachtige eiken en andere zomerloofboomen, maar ook naaldboonen
herinneren aan den plantengroei van Middel-Europa. Gerst en aard-
appels nemen nog groote streken in beslag. Eindelijk verdwijnen zij.
De naaldboomen krimpen in tot kreupelhout; hard gras bedekt den
grond. Het gras maakt langzamerhand plaats voor blad- en lever-
mossen. Voor ons ligt nog het gebied der eeuwige sneeuw.
Als afzonderlijke berggroepen staan langs de noord- en oostkust:
i). de Sierra-Nevada de Santa Marta {— sneeuwgebergte
van S. Marta), een kleine bergstam van 6000 M. hoogte, ten W,