Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1882
9e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2491
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200397
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-91
Van de voornaamste rivieren van N.-Amerika stroomen
a) naar de Noordel. IJszee, de Mackenzie (mékkenzie),
welke de afwateringen van een groot aantal meren ver-
zamelt ; h) naar den Grooten Oceaan: de Columbia
en de Colorado (bronnen?); c) naar den Atlantischen
Oceaan: de St. Laurens, waarvan de breede mond
overgaat in de golf van dien naam. De reuzenstroom van
N.-Amerika is de Mississippi (= vader der stroomen). De
hoofdstroom zelf komt van het merenplateau, ten W. van
het Bovenmeer; zijne reusachtige takken voeren hem
rechts de wateren van het Rotsgebergte, links die van
de Alleghanies toe.
Rechts ontvangt de Mississippi bij St. Louis de groote Missouri,
met de Nebraska en Kanzas; later de Arkanzas, niet de Canadian
{kenéditn, d. i. kloofrivier, daar zij over eene lengte van meer dan 100 uren
gaans door eene diepe kloof met steile wanden stroomt); eindelijk de Red-
rivier {red-rhver, d. i. roode rivier). Links zijn de beide voornaam-
ste takken: de Illinois (illinojs) en de Ohio {ahhió) met de Tén-
nessee. Met langzamen loop rolt de Mississippi hare wateren voort
door onbetreden wouden en eindelooze prairiën naar de Golf van
Méjico. De reusachtige Mississippi-delta is moerassig, gedeeltelijk
reeds door dijken in het vruchtbaarste polderland herschapen.
b. ziiid-itinerika is in 't algemeen beschouwd eene
herhaling van de gesteldheid van N.-Amerika: aan den
westkant een ontzaglijke bergmuur; aan den oostkant af-
zonderlijke berglanden; in 't midden laagland. De weste-
lijke bergketens dragen den gemeenschappelijken naam van
Cordilléras de los Andes (= ketens der An-
des (-{-). Van de zeezijde vertoonen de Cordilléras (kordiél-
iéraas) zich overal als een onafgebroken rotsmuur, waar-
op eene menigte besneeuwde bergtoppen als zoovele torens
(t) De naam Andes zelf beteekent het Oosten. Oorspronkelijk werd n.l.
die naam alleen gegeven aan de hooge keten ten O. van Cuzco, de oude hoofdst.
van Peru. Later ging de benaming, bij uitbreiding, op het geheele gebergte over.