Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1882
9e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2491
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200397
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-83
overeen; aan den noordrand der Sahara is de dadelpalm
de voornaamste voedselplant; daarnaast verbouwt men
mals en rijst. Paarden en kameelen worden hier aange-
fokt. Eerst in den Soedan, ten Z. der woestijn, begint
eigenlijk de echt Afrikaansche natuur.' Daar vertoonen
zich de zonderlinge plantenvorraen der aloë's en baobabs
(apenbroodboomen); de stam der laatsten heeft soms den
verbazenden omtrek van '25 M. In 't Z. bedekken boom-
achtige heideplanten groote vlakten. Even zonderlinge
vormen bezit de dierenwereld. De neushoorn en het rivier-
paard, twee lompe dieren, hooren hier te huis; ook de
fraai gevlekte, sierlijke giraffe met haren langen hals en
lange voorpooten. Door de woestijnen zweven de vlugge
gazelle, de snelle zebra en de groote struisvogel.
De rivieren herbergen ontelbare krokodillen. Onder de insecten
zijn vooral merkwaardig: de termieten, die sterke, kunstige wo-
ningen bouwen en wier huishouding in alle opzichten gelijkt op de
inrichting der menschenmaatschappij; de sprinkhanen, die vooral in
Z. Afrika soms wel een voet hoog den grond bedekken; de kleine
tsetse-vlieg, gelukkig tot enkele streken beperkt, wier beet voor
paarden en rundvee doodelijk, voor den mensch echter onschade-
lijk is.
§ 5. Bevolking. Dikwijls heet Afrika »het zwarte we-
relddeel," naar de huidkleur der negers, het hoofdbestand-
deel zijner bevolking. De eigenlijke negers bewonen echter
alleen den Soedan (voluit: Beléd es-Soeddn = land der
zwarten); verder zuidelijk vindt men de negerachtige Bantoe-
volken , onder welke de Kaffers uitmunten. Het meest ont-
wikkelde negervolk zijn de Mandingo's in Senegambië; de
Dzjoloffen (ook in Senegambië) zijn de zwartste negers.
De bewoners der Sahara, de Egyptenaren, de Nubiërs, de
Orma's of Galla's en de Somali's noemt men te zamen wel eens de
Chamitische volken. Sommige dezer vólken hebben wel eene zwar-
G*