Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1882
9e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2491
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200397
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-81
gekroonde Kenia en Kilima-Ndzjaro, de hoogste bergen van Afrika,
voeden den Witten Nijl, gelijk de Blauwe Nijl en de Atbara ge-
voed worden door de bergwateren van Habesj, »het Afrikaansche
Zwitserland". De "Witte Nijl is altoos troebel ; zijn water smaakt
onaangenaam naar rotte planten, tengevolge van de vele lage,
moerassige streken, welke hij zelf en zijne talrijke takken (waaron-
der de Gazellenstroom) doorsnijden. De Blauwe Nijl is helder als kris-
tal. De Atbara, in den regentijd een geweldige stroom, lost zich
in het droge seizoen maanden lang op in eene reeks van poelen vol
krokodillen. De Nijl doorstroomt reusachtige meren, huiveringwek-
kende ravijnen, lage marschen, brandende woestijnen en eindelijk
het vruchtbare dal van Egypte. Terecht heet de Nijl een wande-
lende weg: de kracht van den stroom voert de schepen stroomaf;
de N.wind, die bijna 't geheele jaar in Egypte heerscht, maakt
stroomop de scheepvaart mogelijk; de heilzame schrik voor Egypte's
heerschappij maakt den Nijlstroom veilig, tot ver boven Khartoem.
Het Nijlwater heet »de champagne onder de wateren."
In den Indischen Oceaan stroomt de Zambézi, welke in
het binnenland de prachtige Victoria-watervallen vormt.
In grootsche schoonheid wordt de beroemde Niagara door dezen
waterval verre overtroffen. De 1000 M. breede Zambézi valt hier
plotseling in een' gapenden afgrond, 100 M. diep en nauwelijks
25 M. breed. Vijf of zes reusachtige kolommen van dwarrelenden
waterdamp, 60 tot 100 M. hoog, van onderen wit, van boven
in donkere wolken overgaande, verrijzen onophoudelijk uit den
donderenden afgrond. Terecht noemen de inboorlingen dit natuur-
tafereel Mozi-Watóenja, d.i. »rook raast hier."
In den Atlantischen Oceaan vallen: de Oranjerivier;
de reusachtige, door Stanley's tocht meer bekend gewor-
den Kongo; de nog bijna geheel onbekende Ogowé; de
groote Niger of Djoliba, welke in den regentijd hare over-
vloedige wateren zelfs tot in de Sahara opdrijft, en ge-
spijsd door de Binoewé (= moeder der wateren), de groote en
hoogst ongezonde delta aan haren mond bijna geheel onder
water zet; de Gambia en de Senegal.
F. BRUINS, Driemaal den Aardbol om! II, 9e druk. 6