Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1882
9e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2491
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200397
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-72
de inlijving van geheel Atjeh in ons gebied. Een belangrijk punt
is hier het eilandje Poelo Bras (vuurtoren, scheepstimmerwerfI).
Van kaap Atjeh in liet N. tot den Vlakken Hoek in het Z. loopt
dicht langs de W.kust een steil gebergte (Boekit-Barisan = ketenge-
bergte), dat hier en daar uit evenwijdige ketens bestaat; de hoogste
toppen zijn de piek van Indrapoera (3500 M ), de Deinpó , Ophir en
Merapi (alle bijna :1000 M.) Achter de bergketens liggen uitgestrekte
hoogvlakten met aanzienlijke meren (het plateau van Toba ligt 1300 M.
boog). Aan de vlakke O.kust, welke veel onregelmatiger is dan
de bergachtige W.kust, liggen groote stukken aangeslibden grond,
hier loopen vele aanzienlijken rivieren in zee: de Moesi. Djambi,
Kampar, Siak, enz , alle met deltavorming. Aan de W^.-kust is
de Öingkel de voornaamste rivier. Op Sumatra is het landschap
nog veel grootscher en stouter dan op Java. Het klimaat is aan
de W.kust gezond, minder aan de lage O.kust.
Sumatra kan op den duur voor ons veel belangrijker worden,
wanneer de aankweeking van handelsproducten op grooter schaal
wordt ingevoerd. Dit eiland is het eigenlijke vaderland van de
peper; andere belangrijke voortbrengselen zijn: koffie (in de Padang-
sche Bovenlanden), kamfer, getah-pertjah, katoen, kassia (kaneel),
ivoor; goud en steenkolen (het rijke Ombilin-steenkolenveld wil men
door een' spoorweg met Padang verbinden , terwijl deze kostbare delfstof langs
de Kwantan (Indragiri) ook de O.-kust zal kunnen bereiken!).
Aan de W.kust ligt Padang (25 000 inw.), de zetel van den
gouverneur, stapelplaats voor den handel in landsproducten; kof-
fieveilingen: hoofdmarkt voor goud.
Pad a ng-Pan dj an g ligt boven de zoogenaamde „Kloof," de verkeerweg
tusschen de belangrijke Padangscue Bovenlanden en de kust; het is juist
wegens die ligging een gewichtig punt van verdediging en eene ontluikende
handelstad. De hfdpl. der Padangsche Bovenlanden is het op eenen heuvel
gebouwde Fort de Koek (bij de inboorlingen: 3 oek i t-T i n g gi (= hooge
berg), gelegen op het 1000 M. hooge, met dorpen en rijstvelden overdekte
plateau van Agam. Aan de baai van Tappanueli ligt Siboga, met eene der
schoonste havens der wereld. Nabij den evenaar Natal met kamferbosschen
in den omtrek. Benkoelen, tot 1824 Engelsch, zeer onveilige reede. De
bevolking is hier traag en zorgeloos, zooals die der meeste streken van Sumatra,
waar zij niet door de Nederlanders tot den urbeiil wordt genoopt. De bosch-
rijke Lamyunys zijn meestal ontoegankelijke wildernissen; zij leveren echter
veel peper eu bobchproducten op. Op de O. kust ligt de groote residentie