Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1882
9e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2491
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200397
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
doorgaans op hunne zonen of bloedverwanten over. Onder den regent
staan het districtshoofd en onder-districtshoofd, onder dezen weder
het dorps- of dessahoofd. De inlanders worden dus door hunne
eigene hoofden, volgens hunne oude gebruiken en herkomsten {adat)
geregeerd, onder toezicht der Nederlandsche hoofdbestuurders.
§ 9. Java. a.) Algemeene schets. Dit schoonste en rijkste
eiland van den geheelen Archipel is 4 maal zoo groot als ons
vaderland en telt met het kleine, maar dichtbevolkte Madóera
eene bevolking van bijna 19 mill. inw.; vóór 50 jaren misschien
het derde gedeelte van dat cijfer. Aan de vlakke noordkust vindt
men, behalve vele opene reeden, de vrij goede haven van
Soerabaja; de meestal steile zuidkust, aan de sterke branding der
golven van den Indischen Oceaan blootgesteld, bezit de schoone
haven van TJilatjap. Langs de noordkust loopt eene strook aan-
geslibd laagland, van tot 7 uren breedte; in het O. dringen
de vlakten van de Solo, Madióen en Kedi'ri diep in het land. Aan
de Z. kust vindt men eene smalle strook laagland, van Tjilatjap
tot Djokjokarta, en eene kleine vlakte tegenover Noesa-Baroeng.
Overigens is Java hoogland, waarop zich kegelvormige bergen, in
het O. meer alleenstaande, in het W meer aaneengeschakeld, tot
eene hoogte van soms meer dan 3200 M. verheffen; de Seméroe,
de hoogste top , is 3666 M. hoog.
b.) De Vulkanen. Bijna in eene rechte lijn loopt van het W.
naar 't O. over geheel Java eene rij van vulkanen; de meest
bekendezijn: de Salak (uitgedoofdj, Gedé, Goentoer, Slamat, Soembing,
Merbaboe, Lavvoe, Wilis, Tengger en Idjèn. Ten N. van deze
lijn staan : de Tangkoeban-Prahoe, Tjermé, Sendóro en Ardjóeno;
ten Z.: de Telaga-Bódas, Merapi, Kelóet en Seméroe.
De vuurbergen van Java makpo een gedeelte uit van den vulkanen-gordel, die
over Sumitra, Java en de Kleine Soenda-eilanden loopt, zich van Timor noordwaarts
door de Molukken wendt, van Ternate westwaarts oversteekt naar de Minahassavan
Menado, en van daar zich weder in noordelijke richting voortzet door de Philippijnen.
c.) Verschil tusschen O. en W. Java. In meer dan éen op-
zicht vormt het W. des eilands tegenstellingen met het O. In het
\V, wordt het bergland niet door tusschengelegen laagland afgebro-
ken. Wanneer de zeespiegel 500 M. hooger werd, dan zou het
bergland van W, Java, tot aan den Merapi, nog altijd een uitgestrekt
5*