Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1882
9e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2491
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200397
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
G5
Eenige cijfers nit de Indische begrooting voor 1881 mogen een denkbeeld
geven van de belangrijkheid der voornaamste inkomsten in Ned. Jndie. De
opbrengst der in Nederland te verkoopen gonvernementskoffie, wordt daar ge-
raamd op ƒ 43 283 573, van de kina op ƒ 140 721. De opbrengst van het Banka-
tin, dat uitsluitend in Nederland wordt verkocht, wordt begroot op/*4 375 743.
De „Billiton Maatschappij" moet jaarlijks als pachtschat aan het gouvernement
drie procent van de onzuivere opbrengst harer mijnen afstaan: het bedrag daar-
van beloopt ongeveer / 1 50 000 's jaars.
De raming voor den verkoop van koffie in Indië is ruim 11 mill. gld.
De opbrengst der landrente wordt begroot op 17,5 mill. gld., de opiumpacht
op bijna 18 mill. gld,, de zoutbelasting op 6,5 mill. gld. en het bedrag der
invoerrechten op 9 mill gld.
Alle inkomsten worden begroot op bijna 142.5 mill gld., alle uitgaven op
bijna 144,5 mill. gld., zoodat er gerekend werd op een nadeelig slot van ruim
2 mill. gld.
§ 7. De Handelmaatschappij. Bij de oprichting der H. M. (in 1824)
bleef wel de vaart op O. I. voor alle Nederlandsche schepen open-
gesteld; maar de Maatsch. verkreeg allengs het uitsluitend voorrecht
(in 1840 bij de wet bekrachtigd), om alle producten, welke in Indië aan
de regeering werden geleverd, tegen eene bepaalde vergoeding
naar het moederland over te brengen (consignatie-stelsel!). Ook
werd aan de Maatschappij het uitsluitend voorrecht van overbren-
ging van troepen uit Nederland naar Indië gewaarborgd. Bij de
vernieuwing van het octrooi der Maatschappij (in 1853) werd
bepaald, dat tot aan het einde van 1874 alle koffie, suiker,
indigo en specerijen, welke in Indië aan de regeering werden
geleverd, door tusschenkomst der Maatschappij op de Nederland-
sche markt zouden worden bezorgd, met uitzondering alleen van
een zeker gedeelte dier producten, dat in Indië zelf zou worden
verkocht. In 1874 is er eene nieuwe overeenkomst tusschen den
Nederlandschen staat en de Handelmaatschappij tot stand gekomen,
voorloopig voor 5 jaren, n.1. van 1 Jan. 4 875 tot 34 Dec. 4 879.
Wordt die overeenkomst niet twee jaren voor den afloop van dien termijn
door eene der beide partijen opgezegd, dan wordt zij beschouwd stilzwijgend
voor telkens 5 jaren te zijn verlengd. Bij deze overeenkomst is het aan den
Minister van Koloniën overgelaten te bepalen, welke en hoevele producten of
andere voorwerpen door de Handelmaatschappij zullen worden overgevoerd.
Alzoo heeft de Handelmaatschappij in Ned.-Indië een zeker monopolie. De
Maatschappij is echter niet alleen de vrachtvaarster der regeering, zij is tevens
haar handelsagent. De overgevoerde producten worden n 1. in Nederland door
de Maatschappij verkocht; van de opbrengst dier veilingen trekt zij vaste pro-
F. BRUINS, Driemaal den Aardbol om! 11, 9e driiko 5