Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1882
9e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2491
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200397
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-63
Nijverheid. Het weven en verven van katoenen stolTen,
de bewerking van ijzer, koper en edele metalen tot aller-
lei wapens en versierselen (ingelegd metaalwerk I) alsmede de
scheepsbouw, zijn de hoofdtakken der inlandsche nijverheid.
Ook houtbewerking, lederbereiding, matten vlechten en
pottenbakkerij mogen niet onvermeld blijven. Behalve op
Java, zetelt de inlandsche nijverheid meest tePalémbang,
op Bali en te Makassar. Van de Europeesche industrie
zijn vooral de vele suikerfabrieken, benevens de gouver-
nements- en particuliere metaalfaijrieken te Soerabaja,
als zeer belangrijk te noemen.
De zoutbereiding is een monopolie der regeering.
Soerakarta, Pekal óngan en Samarang zijn beroemd
wegens hunne gebloemde kleedjes en doeken {kain-hatik — beschil-
derd doek); Samarang en Soerabaja heeten om hunne veie
nijvere handwerkslieden wel eens »de steden der ambachten."
De Chineezen munten voornamelijk als schrijnwerkers uit. De
scheepsbouw bloeit vooral te Palémbang:de zoogenaamde vlerk-
prauwen (prauwen met uitleggers) zijn eene eigenaardige, vernuftige
vinding der Maleiers.
§ 0. Het Cultuurstelsel. Volgens de «(iai (= aloud gebruik) is de
vorst op Java eigenaar van den grond. "Voor 't gebruik van den grond
komt hem '/s fle opbrengst toe als pacht. Toen de O. I. Comp. in
de plaats der vorsten trad, legde zij meestal aan de inlanders de
verplichting op, eene zekere hoeveelheid goederen aan haar te
leveren (contingeotenl) en af te staan tegen een lagen prijs. Handel-
drijven met anderen was verboden. Dat noemde men het mono-
polie-systeem (= alleenhandelstelsel!). Java kwam in de macht der
Engelschen in 1811. Nu werd het landrenten-stelsel ingevoerd:
de inlander was niet meer verplicht, zijne producten tegen een
vasten prijs af te staan; hij kon ze aan den meestbiedende ver-
koopen; handel en landbouw werden vrij verklaard. Ieder dorp
moest echter eene zekere som als belasting opbrengen. Voor de
betaling waren de dorpshoofden aansprakelijk; zij bepaalden het
aandeel, dat ieder dorpsbewoner betalen moest, en vorderden de