Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1882
9e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2491
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200397
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-61
Van Samatra staken de Maleiers over naar het schiereiland Malakka, en
drongen van daar verder door de straat van Malakka dea Archipel in, waar
zij zich in talrijke koloniën op de kusten der meeste eilanden vestigden en de
oorspronkelijke bewoners onderwierpen. Uit Indië ontvingen zij hunne oudste
beschaving, waarvan nog bijkans overal blijken zijn, zelfs op Timor. Op Bali
bleef de oud-Indische beschaving het zuiverst bewaard (kasten-verdeeling, lijken-
60 weduwen-verbranding 1). Door de straat van Malakka drong in de ISeeeuw
de Islam in den Archipel door, schoot hier echter geen diepe wortelen, hoe
oostelijker hoe minder. De r&dja's (iater sultans) van Malakka bezaten altijd
eene zekere oppermacht over de talrijke Maleische staten in den Archipel, en
behielden die nog ten deele , nadat Malakka in 1511 door de Portugeezen was
ingenomen. De sultans verlegden toen hunne residentie naar Djohore.
§ 5. Landbouw en voortbrengselen. Rijst en sago zijn
de beide voornaamste voedselplanten, de eerste algemeen
op Java, Sumatra, Bali en eenige andere der Kleine Soen-
da-eilanden, de laatste op de Molukken, Celébes en Bór-
neo. De rijstbouw vereischt meer zorg en bekwaamheid
dan de sagobouw; wmr dus de rijst het hoofdvoedsel is,
staan de bewoners op een hoogeren trap van beschaving;
waar de woeste stammen tot eenige beschaving komen,
daar worden rijstvelden aangelegd. Men onderscheidt
voornamelijk twee soorten van rijst, n.l. de gewone of de
moerasrijst en de bergrijst.
Gelijk in bijna alle andere opzichten, munt het eiland
Java ook in de rijstcultuur boven de overige eilanden van
Nederl.-Indië uit.
„De Javaan is uit den aard der zaak landbouwer; de grond, waarop hij
geboren wordt, die veel belooft voor weinig arbeid, lokt hem daartoe uit.
Hij groeit op te midden zijner sawah's (= natte rijstvelden), gaga*s en tipars
(= droge rijstvelden), vergezelt reeds op zeer jeugdigen leeftijd zijnen vader
naar het veld, waar hij hem behulpzaam is met ploeg en spade, bij *t maken
van dammen en waterleidingen tot het bevochtigen zijner akkers. Hij telt
zijne jaren bij oogsten; hij rekent den tijd naar de kleur zijner te veld staande
rijsthalmen; hij gevoelt zich te huis onder zijne makkers, die met hem padi
(= ongeJórschte rijst) sneden: zocht zijne vrouw onder de meisjes der dessa
(= dorp), die 's avonds onder vroolijk gezang de gabhak (gedorschte, maar
nog ongebolsterde rijst) in den loempang (= rijstblok, eene soort van ruwen
vijzel) stampen; het bezit van een paar karbouwen (= buffels), die zijnen
ploeg zullen trekken, is het ideaal, dat hem aanlacht."