Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1882
9e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2491
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200397
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-60
tijdlang aan weerszijden van het gebergte tegengestelde moesons
heeft. Het woord moeson beteekent u vaste tijd."
De gemiddelde temperatuur is te Batavia 80" F. (gewoonlijk
verschillen do hoogste en de laagste thermometerstanden in het etmaal
aldaar van -16 tot 20» F.) te Soerabaija 82° F., te Padang 80"
F,, in do Padangsche Bovenlanden 75" F., te Pontianak 83" F.,
te Koepang 78° F , terwijl ze op hooge bergtoppen daalt tot 32" F.
§ 4. Bevolking. Eene bonte mengeling van volksstam-
men bewoont den Indischen Archipel; meestal behooren
ze echter tot het zoogenaamde Maleische menschenras.
De eigenlijke Maleiers vormen de meest ontwikkelde kern
der bevolking. Hunne bakermat is het voormalige rijk
van Menang-Kabau op Sumatra. Met hen verwant zijn:
de woeste Battaks en de Atjehers op Sumatra, de Soen-
daneezen op West-, de eigenlijke Javanen op Midden-en
de grootendeels Madoereesche bevolking op Oost-Ja va, de
verwilderde Dajaks op Bórneo, de zeevarende Boegineezen
en Makassaren op Celébes, de Balineezen en verdere be-
woners der Kleine Soenda-eilanden tot en met Soembawa,
alsmede de Alfoeren op de Molukken en noordelijk Celé-
bes. De negerachtige Papoea's bewonen Nw.-Guinéa en
de nabijgelegen eilanden; ook de bevolking der oostelijke
Kleine Soenda-eilanden (te beginnen met Flores) is meest
van Papoeschen stam.
De Maleiers zijn klein, doch gespierd en welgebouwd. Uit-
stekende wangbeenderen, grooten mond en schuintandige kaken
zijn algemeene kenmerken. Hunne kleur is van geel tot donker-
bruin; ze hebben lang, sluik, zwart, glanzig haar; groote, vurige,
donkere oogen; den dunnen baard plukken zij meest uit; de neus
is plat en breed; de beenen zijn dun, handen en voeten klein. Alle
Maleiers zijn wraakzuchtig, ofschoon zij hunne gewaarwordingen
onder een masker van doffe onverschilligheid weten te verbergen;
vooral de Boegineezen en Madoereezen zijn zeer hartstochtelijk
(amok makenI); de Javanen zijn gedwee en onderworpen.