Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1882
9e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2491
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200397
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
uitstralende gebergten worden doorsneden. In het mid-
den is het hoogland het smalst, als 't ware eene hoog-
landsengte, gevormd door de Hindoe-Koh ( = Indisch
gebergte). Op deze wijze is het Aziatische hoogland in twee
zeer ongelijke deelen te onderscheiden: 1. Het hoogland
van Achter-Azië en 2. het hoogland van Voor-Azië. Het
hoogland van Achter-Azië heeft tot noordelijken rand den
Altaï en het Daoerische Alpenland; de oostelijke rand
wordt gevormd door de trapsgewijze afdalende berglanden
van Mantsjoerije en China; de Himalaya vormt den
hemelhoogen zuidrand; de Alpen van Toeran (Turkestan)
vormen den westrand. Het veel kleinere hoogland van
Voor-Azië is te onderscheiden in: hoogland van Iran, ten
NW. daarvan het bergland van Armenië (Ararat!) en het
hoogland van Klein-Azië, 't welk dit geheele schierei-
land inneemt en met steile kusten in de Middellandsche
Zee valt.
■ Als vooruitgeschoven bergketens en hooglanden zijn aan
te merken in het N.: de gebergten ten O. en N. van
den Baikal (= het rijke meer) en van het schiereiland
Kamtsjatka, voortzettingen van het Daoerische Alpenland;
in hét Z. het bergland van Achter-Indië; de driehoekige
hoogvlakte van Dékan, welke bijna het geheele schierei-
land van Voor-Indië beslaat, en het Arabische hoogland.
Va deelen der oppervlakte van Azië zijn hoogland, '/a
deel is laagland.
De rivieren, welke van de Aziatische hoogvlakten
afstroomen, nemen haren loop naar de vier hoofdwind-
streken. Naar het N. stroomen de Ob, Jenisei en Lena;
naar het O. de Amoer {dmoer), Hoang-ho , en Jang-tse-
kiang; naar het Z. de Ma-kiang (Kambodzja), Irawaddi,
Bramapoetra, Ganges, Indus en Eufraat-Tigris, naar