Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1882
9e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2491
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200397
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
De Walachijsche vlakte, meest vruchtbaar bouvi^land,
is eene breede laagte tusschen den zuidelijken voet der
Karpaten en den noordelijken voet van den Balkan. Zij
wordt door den Donau doorsneden, die in talrijke split-
singen naar de Zwarte Zee vloeit.
Het bergland is eene voortzetting der zuidoostelijke
Alpenketens. Langs de kust der Adriatische Zee loopen
de üinarische Alpen; kale kalkplateau's met lage bergke-
tens er op. In 't midden van 't schiereiland sluiten zich
daaraan twee bergstelsels, waarvan 't eene oostwaarts,
het andere zuidwaarts loopt. Naar 't O. gaat de Balkan
of Hsemus, meest kaal en arm aan water. Naar 't Z.
loopen de hooge ketens van den Sjar-Dagh en den Bora-
Dagh, die verder zuidwaarts Pindus heeten.
Pindus en Bora-Dagh worden gescheiden door den bergknoop
van Metzovo, welks oostelijke uitlooper tot den Archipel doordringt.
Het steile eindpunt van dien uitlooper is de Olympus, zoo beroemd
in de Grieksche godenleer. In 't algemeen hebben de vertakkin-
gen der zuidoostelijke gebergten van dit schiereiland de eigenaar-
digheid, dat zij een aantal afgesloten ketellanden vormen.
De Balkanwateren zijn zeer afwisselend van watervoorraad: in
den winter tot vliegende stroomen aanzwellende, zijn zij des zomers
bijkans opgedroogde waterloopen. De voornaamste zijn : de Maritza,
Vardar en Strymon naar den Archipel, de Drin naar de Adria-
tische Zee.
De landengte van Korinthe verbindt het grootere
schiereiland met het kleinere Morea. Dit laatste is een
rotsig hoogland, dat in het O. met steile kusten in de
zee afloopt.
Eene vergelijking tusschen de drie groote schiereilanden van
Z. Europa toont: 1. Alle drie hebben in het N. eene aanzien-
lijke laagvlakte (Ebro-, Po- en Donauvlakte). 2. Alle drie bestaan
hoofdzakelijk uit bergland: maar het Pyreneesche schiereiland is
meest hoogvlakte; in het Apennijnsche schiereiland heerschen de