Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1882
9e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2491
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200397
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
Een breede gordel van moerassen (de lagunen = poelen)
ligt voor de Lombardijsche vlakte langs de kust der
Adriatische Zee. De ruime besproeiing (de natuurlijke water-
aderen zijn door vele kanalen verbonden!) maakt deze vlakte
tot een paradijs voor den landbouwer. Tarwe, mais en
rijst groeien er welig; het gras wordt vaak ü maal
's jaars gemaaid. Niet minder vruchtbaar zijn de vlakke
kuststreken ten O. en W. van de Apennijnen. De plan-
tengroei is hier geheel verschillend van die in Middel-
Europa. Olijven en myrtenbosschen, lauiieren en citroen-
boonnen behouden in den winter hunnen bladerdos. Reeds
ontmoet men den palmboom, die uit Afrika herwaarts
ovei'geplant is. De schoone pijnboom vervult de plaats
onzer naaldboomen.
De westelijke kuststreek onderscheidt men in: i. de Arnovlakte,
2. de Carapagna di Roma met de beruchte Pontijnsche moerassen,
3. de Campagna di Napoli een bekoorlijke lusttuin. De dorre,
heete vlakte van Apulië is de grootste vlakte op de oostkust.
De Lombardijsche vlakte en Piémont worden door-
sneden door de Po, die links tali'ijke Alpenstroomen
(de Dora's, Ti'cino, Adda, Oglio, Mincio), rechts afwateringen
der Apennijnen (Tanaro, Trebbia, Taro, Secchia, Reno) op-
neemt. De Adige (Etsch) is een zelfstandige Alpenstroom,
alsmede de kleinere Brenta. Op het schier-eiland zelf
zijn de grootste rivieren aan den westkant: Arno,,
Tiber, Volturno; aan den oostkant is alleen belang-
rijk de Pescara, die het water uit den Abruzzenketel
afvoert.
§ 3. Klimaat. De Po-vlakte heeft een vastlands-
klimaat met zomer- en herfstr^egens. Op het schiei-eiland
is overal de invloed der zee op het klimaat merk-
baar; de Apennijnen vormen hier eene klimaatscheiding
tusschen de warmere westkust en de koelere oostkust.
F. BKUIKS, Driemaal den Aardbol om! II, 9e druk. 3