Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1882
9e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2491
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200397
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
XIV. HET APENNIJNSCHE SCHIEREILAND.
(Het koninkrijk Italië 5381 □ m.; 2873 mill. inw.)
§ 1. Ligging. De Alpen omsluiten in een' grooten
boog dit schiereiland in het N., terwijl de Adriatische,
Jonische, Tyrrheensche en Ligurische zeeën zijne kusten
bespoelen.
De Adriatische Zee vormt de golf van Venetië, de Jonische Zee,
de golf van Tarente, de Tyrrheensche Zee de schoone golf van
Napels en eenige andere.
Italië's ligging is veel gunstiger dan die van Spanje. Spanje ligt in eeneu
uithoek, Italië in 't midden van Z.-Europa. De bergketens van Spanje sluiten
het land af en belemmeren zelfs het binnenlandsch verkeer; Italië is uit zee
overal toegankelijk, en de richting der Apennijnen is voor het binnenlandsch
verkeer niet belemmerd. Door den Mont-Cenistunnel en de Brennerbaan is
voor Italië het nadeel der afsluiting door den Alpenmiiur reeds zeer vermin-
derd, na de voltooiing van den St. Gotthardtunnel is het thans zoo goed als
verholpen Vooral door deze Alpen-spoorwegen, in verband met het Suês-
kanaal, wordt Italië steeds weder meer het middelpunt van het wereldverkeer,
gelijk het eens het middelpunt der beschaafde wereld was.
§ 2. Schets van het land. De Apennijnen doorloopen
het schiereiland in zijne geheele lengte. De bergrug is
dichter bij de oostkust dan bij de \vestkust, en loopt
aan weerszijden zacht glooiend af. Langs beide zeeën
loopen smalle, lage kustzoomen. Ruime vruchtbare dalen
dringen tusschen de uitloopende ribben der Apennijnen.
De rug der iVpennijnen is doorgaans kaal, de hellingen
zijn meest met schoone eiken- en iepenwouden bedekt.
De Alpen zijn naar den kant van Italië steil; aan haren
voet ligt de heerlijke Po-vlakte, die in Lombardije zeer
laag, in Piémont (= bergvoet) hooger is. Een afzonder ijke
bergklomp is de Vesuvius, die door zijne uitbarstingen dik-
wijls den omtrek verwoest.
De eigenlijke kern der Apennijnen is het woudrijke hoogge-
bergte der khT\\zz\^{ahróetsi) met den Gran Sasso (= groote steen;
2900 M.).