Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1882
9e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2491
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200397
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
(vroeger onafzienbare moerassen 1) eu in Northumberland (Durhamf) heeft meu
het zwaarste rundvee.
Groote btsschen bezit Engeland niet meer, wel vele zorgvuldig onderhouden
parks, d. i. jachtbosschen der adellijke grondbezitters. Intusschen is de be-
hoefte aan hout in Engeland buitengewoon groot, niet alleen voor den scheeps-
bouw, maar ook ten dienste der ontelbare spoorwegen. Alleen het onderhoud
der spoorlegpers vereischt jaarlijks zooveel hout als een bosch van 4050 HA.
oppervlakte zou kunnen opleveren! Van al het hout, dat in Europa in den
handel komt, verbruikt Engeland meer dan '/a deel.
Dat de Engelsche bergbouw de belangrijkste der aarde is
en dat zijne beide hoofdproducten steenkolen en ijzer zijn., is
algemeen bekend. De Engelsche kolenmijnen leveren nagenoeg
'"^/g deelen van alle steenkolen, die jaarlijks op de geheele aarde
worden gewonnen; van al het ijzer levert Engeland de helft.
De twee grootste kolenbekkens van Engeland liggen: 1. langs de 1^0.-kust
van de Tees tot de Coquet (middelpunt Ne w-Ca s t Ie I) j 2. in Z.-Wales (mid-
delpunt Merthyr-Tydfil!). In Z.-Wales gaan ijzer en steenkolen hand aan
hand: de grootste ijzersmelterij aldaar heeft 18 smeltovens; deze verbruikende
geheele opbrengst eener steenkolenmijn, waarin dagelijks 6000 menschen arbei-
den. Het meeste ijzer wordt nochtans in Schotland gewonnen: de ijzermarkt
van Glasgow beheerscht den prijs van het ijzer. Ook de opbrengst der En-
gelsche tin-, koper- en loodmijnen overtreft die van alle andere landen.
§ 6. Nijverheid en Handel. Door de reuzenkracht van het
driemanschap katoen, ijzer en steenkolen, in dienst van
de vindingrijke geestkracht der Britsche natie, zwaait Engeland
thans, zoowel op het gebied van nijverheid als van handel en zee-
vaart, den schepter der wereldheerschappij. Tien millioenen paarden
zouden vereischt worden, om dezelfde werktuigelijke kracht uit te
oefenen, als de gezamenlijke Engelsche stoommachines. Om dezelfde
hoeveelheid katoenen garen, welke de Engelsche katoenspinnerijen
in een jaar vervaardigen, uit de hand te spinnen, zou de geheele
bevolking van het Vereenigd koninkrijk, gevoegd bij de geheele
bevolking van het Russische keizerrijk, nog niet voldoende zijn,
al sponnen ook de kinderen van drie jaar reeds mee! Metaal- en
katoenfabrieken zijn de twee hoofdtakken der Engelsche nijverheid.
Alle katoenfabrieken op het vaste land van Europa zijn te zamen
nog niet half zoo machtig ab die van Engeland alleen.
In Z.-Wales houdt men zich vooral met zwaar ijzerwerk bezig (spoorstaven
ijzeren bruggen en schepen 1), Sheffield keet „de hoogeschool der messen-