Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1882
9e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2491
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200397
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-121
schapenland bij uitnemendheid. Australië voorziet de Engelsche
■wolfabrieken voor een aanzienlijk deel van de noodige grondstof.
Stearinekaarsen, gezouten en gedroogd vleesch zijn in de laatste
jaren belangrijke artikelen van uitvoer geworden.
§ 4. Klimaat. Over 't algemeen heeft Nw.-Holland,
ook voor Europeanen, een gezond klimaat. Groote droogte
en heete winden zijn er landplagen. In het N. heeft men,
gelijk in alle tropische landen, maar twee, in 't Z. daaren-
tegen vier jaargetijden. Door de ligging des lands zijn
deze jaargetijden echter juist tegengesteld met die van
Europa. Z.-Australië heeft winter, als wij zomer hebben;
in onze lente is het daar herfst; bovendien is het in Australië
nacht, terwijl wij dag hebben. De eilanden van Oceanië
hebben meestal een paradijsachtig klimaat; op vele bedraagt
het verschil in temperatuur tusschen de warmste en de minst
warme maand des jaars gemiddeld niet meer dan 2 of 3° C.
§ 5. Bevolking. De oorspronkelijke bewoners van het vastland
zijn de Australiërs, van den binnengordel der Australische eilanden
(met uitzondering van Nw.-Zeeland) de Papoea's. De eersten staan
algemeen op een lagen trap van ontwikkeling, doch naar lichaam
en geest is er eene duidelijke afneming in ontwikkeling merkbaar
van 't N. naar 't Z. en van 't O. naar 't W. Ofschoon zij brood
bakken, beoefenen zij den landbouw niet. Naam en familierechten
erven zij van moederszijde. De Europeesche kolonisten nemen hen
soms in dienst als veehoeders, maar als zoodanig betoonen zij zich
bij uitstek trouweloos. Op Tasmanië zijn de Australiërs reeds geheel uit-
gestorven. De bewoners van Nw.-Zeeland en van den buitengordel
der eilanden van Oceanië behooren tot het Maleische menschenras.
Zij staan veel hooger dan de Australiërs en Papoea's; vele dier
eilanders zijn zeer welgebouwde, schoone menschen.
Nergens hebben de zendelingen meer vruchten van hunnen arbeid geplukt
dan in Polynesië. De bewoners van sommige eilandengroepen, bijv. der Sand-
wich-eilanden, van de Gezelschaps-eilanden en van Nw.-Zeeland, hebben allen
het christendom aangenomen. De aanraking met Europeanen is voor de Poly-
nesiërs echter over 't algemeen nadcelig geweest.