Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1882
9e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2491
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200397
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
6
punt ten Z. der Alpen zijn de omstreken van het Lago-maggiore
(madzjóré), 204 M. boven het zeevlak; ten N. der Alpen ligt het
Rijndal, van het Bodenmeer tot Bazel, 250 M. boven den zeespiegel.
Vele Zwitsersche vlekken en groote dorpen liggen 1300 M. hoog,
kleine dorpen zelfs tot 2000 M Hooger doorgaans enkel zomer-
woningen (SennhüUen).
Het beroemde klooster op den St. Bernhard, in Europa het hoogste punt
dat het geheele jaar door bewooud wordt, ligt 2435 M. hoog; het gasthuis
{hospitium) op den St. Gotthard, in welks nabijheid thans ook een hôtel is
gebouwd, 2062 M. De schoonheid van Zwitserland wordt zeer verhoogd door
de bergmeren (te zamen 62 Q mijlen groot), rivieren, stuif beken eo andere
wateren, die de heerlijkste watervallen vormen, aUmede door de talrijke
gletschp.rs, die omstreeks 43 Q mijlen beslaan. Dit land is daarom het doelwit
van ontelbare reizigers, die komen van heinde en verre, om de wonderen en
bekoorlijkheden zijner natuur te aanschouwen.
§ 3. Klimaat. De veelvuldige afwisseling van diepe
dalen met hooge bergketens veroorzaakt een zeer ongelijk
klimaat. In het Rhonedal b.v. begint de lente reeds in
Februari; de hooge dalen van Rijn en Inn daarentegen
zijn nog in Mei met eene dikke sneeuwlaag bedekt, ter-
wijl het St. Bernhards-klooster het klimaat van de zuid-
punt van Spitsbergen (75*^ N. Br.) heeft.
Gelijk in de meeste bergachtige landen, is ook in Zwitserland het weder
zeer veranderlijk. Do hooijte en de vorm der wolken, waarin de bergtoppen
gehuld zijn, is voor de bewoners van den omtrek dikwijls een zeker teeken
van de te wachten weersgesteldheid. Zoo heet het bijv. van den Pilatusberg :
y,Draagt Pilatus een hoed. Dan blijft het loed^r goed; Is 'Pilatus gekraagd^
Dm wordt het gewaagd; Draagt Pilatus een degen (d. i. vertoont hij schuins
afhangende wolken), Dan komt er vast regent
Boven 2500 M. hoogte blijft de sneeuw gewoonlijk 't geheele
jaar liggen. De gestadig toe- en afnemende gletschers reiken veel
lager. Van den Montblanc tot de grenzen van Tirol liggen er
meer dan 600, enkele minder dan 1 uur, zeer vele echter 6 tot
7 uren lang, tot V4 uur breed en 30 tot 200 M dik. Bcxven
vormen zij eene bijkans overal samenhangende ijszee of ijswoestijn.
§ 4. Volkskarakter. De Zwitsers zijn meest van Duitschen
stam; aan de berghellingen naar de zijde van Frankrijk wonen
Franschen, naar die van Italié Italianen. Sterk en vaardig ^