Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1882
9e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2491
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200397
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ill
De Atlantische kust vertoont twee aanzienlijke golven: de golf van Honduras
(= de diepten; de Spaansche zeelieden peilden zelfs vlak aan de kust geenen
grond 1) en do Mosquito golf, beide onderdeden der Caraïbische Zee. Kaap
Gracias a Diós (= Goddank) scheidt deze beide golven. Aan de kust van den
Grooten Oceaan is de Golf van Panama de grootste bocht. Overigens is de
westkust even rijk aan goede havens, als de oostkust daarvan misdeeld is.
Op de landengte van Panama, versmalt het vastland van Amerika zich op
enkele plaatsen tot de geringe breedte van slechts 8 uren gaans. Deze land-
engte is dus weinig anders dan een rotsmuur tusschen de beide oceanen. In
1855 heeft eene Amerikaansche maatschappij van Panama tot Aspinwall
of Colon met veel moeite eenen spoorweg over de landengte aangelegd. Wel
heeft de PAnama-spoorwe^ sedert de voltooiing van den grooten
Paciflc-spoorwes* een gedeelte zijner belangrijkheid verloren, maar nog
altijd blijft hij van groot gewicht voor den wereldhandel. In 3 uur tijds reist
men hier van den eenen oceaan tot den anderen.
Ten N. der langtengte van Panama bestaat Middel-Amerika uit
tafeliand, met zeer hooge en steile randgebergten langs de kust
van den Grooten Oceaan, In deze westelijke randgebergten vindt
men eene groote menigte vulkanen. Aan de oostzijde zijn de
randgebergten veel minder hoog en steil; bovendien ligt langs de
Atlantische kust een breede zoom moerassig laagland. In het
droge jaargetijde (van Dec, tot Mei) zijn op de westkust de meeste
planten verdord en verschroeid; in den regentijd echter prijkt de
plantenwereld er in onbeschrijflijke pracht. De oostkust daarente-
gen vertoont het geheele jaar door den weelderigsten plantengroei.
De gele koorts, die geesel der tropische gewesten van Amerika,
heerscht aan de oostkust veel erger dan aan de westkust. Het
hooge binnenland heeft een gematigd, gezond klimaat.
De hoogst vruchtbare grond van Centraal-Amerika draagt een
rijken overvloed van edele houtsoorten (mahoniehout, campêchehout) ,
en brengt cacao, suikerriet, katoen, mais en rijst van uitmuntende
hoedanigheid voort. De hoofd voortbrengselen zijn echter indigo
en cochenille (verkregen door het drogen eener kleine schildluis, die op eene
cactusplant leeft).
Behalve het schiereiland Yucatan, dat tot Méjico behoort, bevat Centraal-
Amerika de 5 republieken: Guatemala (hfdpl. Nw.-Guatemaia, met de twee
hooge vulkanen, de Volcan de Agua (= watervulkaan) en de Volcan de
Puégo (= vuurvulkaan) in de nabijheid, San-Salvadóry Honduras^ Nicaragua
(met het groote meer van denzelfden naam, dat door de rivier San Juan met de
Caraïbische Zee in verband staat) en Gosta-Uica (= rijke kust). In 't bezit
van Engeland zijn: Britsch-Rondüras, hfdpl. Belize {bélliez) en de Mosquito-