Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1882
9e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2491
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200397
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-96
eilanden vormen verschillende straten den Noordwest-doortocht
{Norih-West-Passage, in 1854 door Mac Clure ontdekt), welke echter als
zeeweg onbruikbaar is door het vele poolijs. De breede Baffms-
baai scheidt de genoemde eilanden van Groenland: waarschijnlijk
het grootste eiland der aarde (± 40 000 □ m.!). Dit uitgestrekte
land behoort aan Denemarken; het is weinig meer dan eene ont-
zettende sneeuw- en ijswoestijn. De kusten worden bewoond door
Eskimo's, een goedaardig en tevens scherpzinnig volk, dat zich
huiselijk weet in te richten, waar andere volken voor de barheid
van 't klimaat zouden bezwijken.
Lage aarden hutten zijn de woningen der Eskimo's; de robben- of zeehon-
denvangst is hunne hoofdbron van bestaan. Daardoor verschaffen zij zich pels-
werk tot kleeding, vleesch tot spijze, traan tot drank en verlichting hunner
hutten in de eindelooze poolnachten. Hans Egede nit Noorwegen maakte hen
in 't begin der 18e eeuw bekend met het christendom. Sedert zijn aan de
W. kust een aantal zendingsposten ontstaan: Juliaanshaab, Frederiks-
haab, Godhaab (= goede hoop), enz. De korte zomer brengt leven zelfs
aan Groenlands barre kust. Dan verschijnen daar (zelfs te G o d h a v n, d. i.
goede haven, op het eil. Disko op 70° NB.) talrijke schepen uit Denemarken,
Noorwegen en Engeland ter walvisch- en robbenvangst.
§ 2. Britsch Noord-Amerika. Dit reusachtig gebied, nagenoeg
zoo groot als geheel Europa, strekt zich uit van de groote Cana-
da'sche meren tot de kusten der N.-IJszee. Ongeveer in 't midden
ligt de groote Hudsons-baai, die door de Hudsons-straat met den
Atl. Oceaan in verband staat. Britsch Amerika bezit 4 aanzienlijke
schiereilanden: 1. het groote, barre Labrador, in 't binnenland
meest onbewoond; 2. het boschrijke, gedeeltelijk goed bebouwde
Nieuw-Schotland, met zijne steile rotsachtige kusten, door de zeer
diepe Fundy-baai (hier de sterkste afwisseling van eb en vloed; spring-
vloeden van 15 tot 22 M. hoogte!) van Nieuw-Brunswijk gescheiden;
■vroeger heetten Nw.-Schotland en Nw.-Brunswijk te zamen Acadia;
3. Mélville en 4. Boothia Felix (spr.: bóezhiee-filiks), die beide, met
eeuwigdurende sneeuw en ijs bedekt, in den Noordpool Archipel
vooruitsteken; op Boothia Felix vooral, is de koude onuitstaanbaar
streng. Aan den NO.hoek van Labrador ligt het eiland New-
Foundland (njoe fdundlend = nieuw gevonden land), meer dan 3 maal
zoo groot als Nederland, met steile kusten, vele bosschen, bijna
altijddurende nevels, beroemde honden, en de belangrijkste vis-