Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1882
9e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2491
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200397
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-94
guay en vele andere groote takken rechts, en de Uru-
guay links, welke zich alle tot den ontzaglijk breeden
mond der Rio de la Plata vereenigen. De meeste
rivieren van Z.-Amerika ontspringen op de Cordilléras en
nemen haren loop naar het O. of NO. (Welke uitzonde-
ringen ?)
Door het midden van geheel Z.-Amerika breiden zich on-
metelijke laagvlakten uit. Aan weerskanten van den
Amazonenstroom bereiken zij de noordkust. Ook op de
oostkust bereiken zij, ten Z. van den mond der Rio de la
Plata den Atlantischen Oceaan. Men kan de groote Z.-
Amerikaansche vlakten onderscheiden in: 1). het bekken
van de Orinoco, 2). dat van den Amazonenstroom en 3).
dat van de Rio de la Plata.
De natuurlijke gesteldheid dezer vlakten is niet overal gelijk : de
Llanos {Ijdnoos = vlakten) van het Orinoco-bekken zijn meestal
eindelooze grassteppen, geheel zonder of met weinig bosch; de S e 1-
V a s {sélvaas = wouden), langs den Amazonenstroom, zijn groo-
tendeels ondoordringbare, moerassige wouden, gedeeltelijk ook gras-
steppen ; de Pampas {pdmpaas = vlakten) van het La Platabek-
ken gelijken weder op de Llanos aan de Orinoco.
Tusschen de S e 1 v a s van den Amazonenstroom en de P a m-
p a s van de Rio de la Plata ligt het nog zeer weinig bekende ge-
bied van den Gran Chaco {graan tsjdko = het groote jachtveld)
gedeeltelijk uit moerassen en ondoordringbare wouden, gedeeltelijk
uit gras-, zout- en zandsteppen bestaande.
Ten Z. van de Pampas vindt men eindelijk nog de barre
hoogvlakte van Patagonië.
Onder de stralen der zomerzon verschroeit het gras der Llanos en Pampas
fot stof. De uitgedroogde grond splijt open met gapende kloven; de steppen-
wind {pampéro) jaagt ontzettende stofwolken als trechtervormige vrervels over
de vlakte. Dan weder schijnt de lucht van hitte te trillen. Begint eindelijk
de regentijd, zoo wordt als met een' tooverstaf de woeste steppe met een
geurig plantenkleed bedekt; het weelderige gras schiet meer dan manshoog op.
Maar de geweldige tropische regens doen de rivieren zwellen. Weldra is de
vlakte wijd en zijd in eene bare zee veranderd. Ontelbare paarden, muilezels