Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1878
6e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2489
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200395
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
bestuur is opgedragen aan inlanders van hoogen rang.
De gouverneur-generaal draagt bij de inlanders den titel
van Toewan-bezaar, d. i. groote heer.
De regent {pangéran, radeen-adipatti of toemenggoeng, al naar gelang van
bijzondere verdiensten!) staat dus onder de onmiddellijke bevelen van
den resident of zijn adsistent- (= hulp-)resident. De regenten
mogen als de voorname handhavers van rust en orde worden
beschouwd; de inlanders betoonen hun slaafsohen eerbied, en
van de zijde der hooge regeering worden zij met onderscheiding
behandeld; zij genieten ruime jaargelden en hunne waardigheid
gaat doorgaans op hunne zonen of bloedverwanten over. Onder
den regent stann het districtshoofd en onder-districtshoofd, onder
dezen weder het dorps- of dessahoofd. De inlanders worden dus'
door hunne eigene hoofden, volgens hunne oude gebruiken en
herkomsten (adat) geregeerd, onder toezicht der Nederlandsche
hoofdbestuurders.
§ 9. Java. a.) Algemeens schets. Dit schoonste en rijkste
eiland van den geheelen Archipel is 4 maal zoo groot als ons
vaderland en telt met het kleine, maar dichtbevolkte Madóera
eene bevolking van ruim 18 mill, inw.; voor 50 jaren misschien
het derde gedeelte van dat cijfer. Aan de vlakke noordkust vindt
men, behalve vele opene reeden, de eenige goede haven, die van
Soerabaja; de meestal steile zuidkust, aan de sterke branding der
golven van den Indischen Oceaan blootgesteld, bezit de schoone
haven van Tjilatjap. Langs de noordkust loopt eene strook aan-
geslibd laagland, van y.^ tot 7 uren breedte; in het O. dringen
de vlakten van de Solo, Madióen e» Kediri diep in het land. Aan
de Z. kust vindt men eene smalle strook laagland, van Tjilatjap
tot Djokjokarta, en eene kleine vlakte tegenover Noesa-Baroeng.
Overigens is Java hoogland, waarop zich kegelvormige bergen, in
het O. meer alleenstaande, in bet VV. moer aaneengeschakeld, tot
eene hoogte van soms meer dan 8300 M. verheffen, de Seméroe,
de hoogste top, is 3666 M. hoog.
b). De Vulkanen. Bijna in eene rechte lijn loopt van het W.
naar 't O. 07er geheel Java eene rij van vulkanen; de meest
bekende zijn: de Salak, Gedé, Goentoer, Slamat, Soembing,